Weggegeven, maar nog steeds over…

Een niet eens zo ver familielid, die ik nog maar één keer heb ontmoet, kwam er onlangs achter dat zij meer dan 800 foto’s en plaatjes in haar mobiele telefoon had staan. En ze besloot er elke dag één te posten op haar Facebookpagina. Geregeld word ik geraakt door één van haar plaatjes of foto’s. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men weleens. Vaak is dat ook zo. Vanmorgen plaatste ze deze:

Meestal doe ik niks met dit soort feel-good-spam, maar om de één of andere reden voelde ik een missie.

Het is 13.30 uur en ik zit bij Muiderpoort te wachten op tram 3 of bus 37. Een dame met een paar tassen loopt verderop briefjes uit te delen. Ze komt ook mijn kant op. Vaak staat er een zielig verhaal op, met het verzoek wat geld te doneren. Vooral Roemeense bendes verpesten hiermee de markt van de gewone bedelaar (hoewel zoiets natuurlijk niet bestaat). Haar gezicht staat op naderend rotweer. Dat klopte dan weer wel. Ze geeft het briefje, en loopt direct door. Dat verbaast me, want een beetje bedelaar wacht tot het einde van de transactie. Ik lees het briefje:

Dat had ik niet verwacht, dus ik roep haar terug. Ik vertel van mijn glimlachmissie, en direct verschijnt er eentje op haar gezicht, van oor tot oor en nog een stukje verder. “Het werkt”, roept ze. Missie geslaagd. Ik vraag of ik de glimlach mag vastleggen, maar dat wil ze niet. Een foto terwijl ze wegloopt mag wel.

Ik zou hier kunnen stoppen, maar er kwam nog een bonus. Op de terugweg neem ik vaak de trein van 1 of 31 over, rechtstreeks naar Hoofddorp. Soms moet ik een kwartier of langer wachten, maar dat vind ik nooit een probleem. Vandaag wil ik snel thuis zijn, want ik wil de Touretappe zien. Dus ik neem spoor 8. Niet eerder deed ik dat. Bij een elektriciteitskast op het perron zit een man uit mijn doelgroep, verscholen achter een elektriciteitskast, uit de wind. Tussen zijn benen liggen de attributen van zijn hobby. Ik denk dat ik hem herken aan de tatoeages op zijn handen. Hij heeft een mondmasker voor en een pet over zijn ogen getrokken. Ik wil hem aanspreken, maar ik zie dat hij op een cruciaal punt is aangekomen met zijn hobby, en ik weet dat het beter is om dan niet te storen. Het mondkapje gaat omlaag en het roken begint. Even later staat hij op en ik herken direct zijn speciale loopje. Ik roep hem: “A…”. “Hee, Aart”. Hij begint met een knuffel, maar bedenkt net op tijd dat het beter is om te boksen. ‘A’ en ik kennen elkaar van de dagbesteding. Als het goed gaat met hem is hij een harde werker. Dankzij een detentie was hij een paar jaar geleden heel dicht bij ‘clean’. Hij zag er toen bijzonder goed uit, bijna gezond. Vooral zijn ogen. Vandaag is hij nog slechts een schim van zijn vroegere ik. Nog niet eerder zag hij er zo slecht uit. We namen dezelfde trein en hadden een mooi gesprek.
“Ik had je graag onder andere omstandigheden gezien, A., maar je weet: ik veroordeel het niet”. ‘Weet ik, Aart, weet ik’. Bij het afscheid op Centraal geef ik hem een boks en een glimlach. Ik krijg een hele brede terug. Ook A. wil niet in beeld, maar zijn achterkant mag wel op de foto.

Hij poseert even in de trein, want hij moet nog een halte verder. Gelukkig heeft hij wel een dak boven zijn hoofd, bij het Leger des Heils.

Twee uitgedeeld, en ik ga met meer naar huis dan ik vanmorgen vertrok. Dankjewel, Yolanda, voor de inspiratie ❤

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.