Zondag, rustdag in Raiford

(English version below)

Vandaag was het alweer de laatste dag van de ontmoetingen met Ronnie. Vier dagen op rij mochten we urenlang met elkaar genieten van goede gesprekken, lekker eten, en gezelligheid om ons heen. Ik noem het wel vaker, in gesprekken, en ik noem het hier ook nog maar een keer: de bezoeken op Death Row zijn ontzettend gezellig en ontspannen. Hoe dat mogelijk is tussen mensen die verdacht worden van gruwelijke misdrijven… dat moet je zelf ervaren. Dat is niet uit te leggen. Maar ik gun iedereen die ervaring. Is het indrukwekkend, die ‘reis’ van parkeerplaats naar het hart van de best beveiligde gevangenis van Florida? Ja, dat is het zeker. Maar je hebt er nooit het gevoel dat het niet veilig is.

Zondag, rustdag… Ronnie wilde vandaag rust. Praten, samen lezen in de Bijbel over de onderwerpen die de laatste weken aan de orde waren gekomen in onze gesprekken. En vooral: niet teveel eten, en al helemaal niet zelf koken. Dus ik heb vandaag weer heel wat magnetronstraling tot me genomen. Misschien ongezond, maar wel veiliger, want hoe meer magnetronvoer je eet, hoe meer licht je geeft in het donker. Dus we begonnen weer met een sausage biscuit als ontbijt.

Na het ontbijt wilde Ronnie Phase10 spelen. Gisteren had hij dat voor het eerst gespeeld, en hij was helemaal enthousiast. Het ging gelijk op tot fase 10, maar Ronnie won op punten. Hij probeerde te lachen alsof hij blij was dat hij gewonnen had, maar aan alles was te zien dat het hem vooral genoegen deed dat ik verloren had 😊

Het gesprek kwam op pensioen. Ronnie is altijd erg geïnteresseerd in de verschillen tussen systemen in Amerika en in Nederland. Dus ik heb hem uitgelegd hoe het er in Nederland aan toegaat, met AOW, pensioen, en eventuele persoonlijke pensioenverzekeringen. Om precies te weten hoe het in Amerika zat moesten we de bewaakster consulteren. En die wist het haarfijn te vertellen.

Het was erg rustig vandaag in de bezoekersruimte. Slechts 12 gevangenen kregen bezoek, waarvan er ook nog een aantal vroeg vertrokken. Hoewel, rustig? De ene tafel naast ons produceerde evenveel herrie als 15 tafels met normale bezetting.

Het afscheid naderde. Door de hele bezoekersruimte werd de stemming bedrukt. Tranen vloeiden. Ook Ronnie en ik hadden het moeilijk. Hoeveel contact er inmiddels ook is, niets is zo mooi als elkaar in de ogen te kunnen kijken. Om de spanning te breken eiste ik een laatste potje Skip-Bo. Wat is er mooier dan na mijn nederlagen met Skip-Bo en Phase10, op de valreep te eindigen met een Skip-Bo-zege? Ronnie won. En weer was daar die grijns…

(English version)

Sunday, a day of rest in Raiford

Today was already the last day of the visits with Ronnie. Four days in a row we were allowed to enjoy good conversations, good food, and fun around us for hours. I mention it often, in conversations, and I’ll mention it again here: the visits on Death Row are very pleasant and relaxed. How is that possible between people suspected of horrific crimes? You have to experience that yourself. That is inexplicable. But I wish everyone that experience. Is it impressive, that “journey” from the parking lot to the heart of Florida’s highest-security prison? Yes for sure. But you never feel unsafe.

Sunday, day of rest… Ronnie wanted to rest today. Talking, reading the Bible together about the topics that had come up in our conversations in recent weeks. And above all: don’t eat too much, and certainly don’t cook. So today I took in a lot of microwave radiation again. Maybe unhealthy, but safer, because the more microwave food you eat, the more you glow in the dark. So we started again with a sausage biscuit for breakfast.

After breakfast, Ronnie wanted to play Phase10. He had played it for the first time yesterday, and he was absolutely thrilled. It was a tie until Stage 10, but Ronnie won on points. He tried to laugh as if he was happy to have won, but everything showed that he was more than happy that I lost 😊

The conversation turned to retirement. Ronnie is always very interested in the differences between systems in America and in the Netherlands. So I explained to him how things are in the Netherlands, with state pension, pension, and personal pension insurance. To know exactly how things were in America, we had to consult the guard. And she explained perfectly.

It was very quiet today in the visitors’ room. Only 12 prisoners were visited, some of whom also left early. Although, quietly? The one table next to us produced as much noise as 15 tables with normal occupation.

Farewell was approaching. The mood got depressed throughout the visitor’s room, tears flooded. Ronnie and I also had a hard time. No matter how much contact there is now, nothing is as beautiful as being able to look each other in the eye. To break the tension, I demanded one last game of Skip-Bo. After my defeats with Skip-Bo and Phase10, what could be better than finishing with a Skip-Bo victory in the final hour? Ronnie won. And there was that grin again…

Saturday on DR

(English version below)

Het was vandaag weer een geweldige dag bij Ronnie. De entree verliep weer dramatisch langzaam, waardoor we pas om 10 uur binnen waren. Door de bewaking werd ik hartelijk ontvangen: ‘De sous-chef is binnen!’ Eigenlijk zou Ronnie vandaag weer uitgebreid koken, maar hij wilde vooral genieten van de aanwezigheid van Minke, dus morgen gaat hij weer los, speciaal voor mij en nog een paar anderen. Ontbijt was vandaag een ‘sausage-biscuit’, een soort mini-hamburger, maar dan à la Ronnie, dus met wat extra ingrediënten: stukjes pepperoni-worst, jalapeno-cheese en ei. Alweer een heerlijke creatie.

Minke was er dus weer bij, en dat heb ik geweten. Skip-Bo was in beslag genomen door D. en zijn vriendin (nee, D. zat niet in het complot), dus ik zag mijn kans schoon om ook eens een spelletje te winnen: Phase10. Ronnie had het nog nooit gespeeld, maar hij pikte het direct op. Het begon zeer voorspoedig. Dit spel bestaat uit (minimaal) 10 ronden. Degene die als eerste zijn 10 fases uitspeelt heeft gewonnen. En dat was ik, … bijna. Ik had al 7 fases uitgespeeld, toen Minke nog op 5 en Ronnie nog op 4 stond. Op dit punt besloten we even te onderbreken voor een lunch.    

Hoe het kwam weet ik niet meer, maar ineens ging het gesprek over de doodstraf en over beroepsmogelijkheden. Op dit moment zijn er voor Ronnie geen beroepsmogelijkheden, maar heel in de verte speelt er iets waardoor toch weer kansen ontstaan. Bijzonder mooi hoe open en eerlijk hij over dit onderwerp praat.

Slechts 10 gevangenen hadden vandaag bezoek. Ik vind dat steeds heel pijnlijk om te zien. Ronnies maatje H. was ook in de bezoekersruimte, en had zijn partner, Ronnies ‘sister’ op bezoek. Jaren geleden kwamen zij erachter dat zij vlak bij Ronnies moeder woonde, en zij heeft geregeld Ronnies moeder meegenomen naar het bezoek. Ze had ook weer de drie kinderen bij zich, die steeds aan onze tafel kwamen buurten, met kaartspelletjes of om gewoon even aandacht te krijgen van ‘uncle Boo’.

We spraken ook even over de verbeteringen die er zijn gekomen in de situatie van de mensen op DR. Toen ik 5 jaar geleden voor het eerst bij hem op bezoek kwam leefden ze nog onder het oude regime, wat inhield dat ze drie keer per week 2 uurtjes uit de cel mochten. Door een uitspraak van het Hooggerechtshof dat ‘eenzame opsluiting’ niet meer is toegestaan hebben ze nu de ‘dayrooms’. Na een langzame start in mei mogen ze nu elke weekdag (ma-vr) 8 uur lang uit hun cel, de gang op. En dus ook bij elkaar in- en uitlopen. En ze mogen dagelijks bellen met mensen buiten de gevangenis. Ik heb Ronnie dus geregeld aan de lijn. Voor Ronnie is die vrijheid best wel een uitdaging, want hij is een slow starter. Ronnie moet je voor 10 uur ’s morgens niet aan zijn hoofd zeuren. Daar moeten de anderen op de gang wel even aan wennen, maar Ronnie heeft de anderen wel even duidelijk gemaakt dat ze dat ook echt niet moeten doen.

Na de lunch (een heerlijke chicken-sandwich) pakten we Phase10 weer op. Hoe die twee vals hebben gespeeld weet ik niet, maar mijn 7-5 voorsprong werd binnen de kortste keren en 10-9 achterstand. Minke won, zoals eigenlijk altijd met spelletjes. De manier waarop Ronnie lachte, toen Minke de winnende ronde behaalde, was ronduit vernederend, dus ik beet hem toe: ‘Haal die grijns van je gezicht!’.

We eindigden de dag met een half potje Monopoly, waarbij ik geheel terecht de tweede prijs in een schoonheidswedstrijd won.

En dan alweer het afscheid van Minke. Een bijna 3 minuten lange knuffel en zoenen, en ik kreeg de opdracht mee: ‘Plaats vandaag deze foto van Minke en mij. De hele wereld moet die zien’.

(English version)

Saturday on DR

Today was another great day with Ronnie. The entrance was again dramatically slow, so we were  inside at 10 am. I was warmly welcomed by the security: “The sous chef is in!” Actually, Ronnie was supposed to cook extensively again today, but he especially wanted to enjoy Minke’s presence, so tomorrow he will go wild again, for me and a few more others. Breakfast today was a ‘sausage biscuit’, a kind of mini hamburger, but then à la Ronnie, so with some extra ingredients: pieces of pepperoni sausage, jalapeno cheese and egg. Another delicious creation.

So Minke was there again, and I knew that. Skip-Bo was preoccupied with D. and his girlfriend (no, D. wasn’t part of the plot), so I saw my chance to win a game: Phase10. Ronnie had never played it before, but he picked it up right away. It started very well. This game consists of (minimum) 10 rounds. Whoever completes their 10 phases first, wins. And that was me, … almost. I had already completed 7 phases, when Minke was still at 5 and Ronnie was still at 4. At this point we decided to stop for lunch.

I don’t remember how it came about, but suddenly the conversation turned to the death penalty and appeals. At the moment there are no appeal opportunities for Ronnie, but something is glooming far in the distance that might create opportunities again. Very nice how open and honest he talks about this subject.

Only 10 prisoners had visitors today. I still find that very painful to watch. Ronnie’s buddy H. was also in the visitors’ room, and had his partner, Ronnie’s ‘sister’, visiting. Years ago they found out that she lived near Ronnie’s mother, and she regularly brought Ronnie’s mother to visit. She also had the three children with her, who kept coming to our table, playing cards or just to get some attention from ‘uncle Boo’.

We also talked briefly about the improvements that have come in the situation of the people on DR. When I first came to visit him 5 years ago, they were still living under the old regime, which meant that they were allowed out of the cell for 2 hours three times a week. Due to a Supreme Court ruling that ‘solitary confinement’ is no longer allowed, they now have the ‘dayrooms’. After a slow start in May, they are now allowed out of their cell into the corridor for 8 hours every weekday (Mon-Fri). And so also walk in and out each other’s cells. And they are allowed to call people outside the prison every day. So I regularly have Ronnie on the phone. For Ronnie, that freedom is quite a challenge, because he is a slow starter. Don’t nag Ronnie before 10 a.m. The others in the hallway have to get used to that, but Ronnie has made it clear to the others that they really shouldn’t do that 😊

After lunch (a delicious chicken sandwich) we picked up Phase10 again. I don’t know how those two cheated, but my 7-5 lead became a 10-9 deficit in no time. Minke won, as always with games. The way Ronnie laughed when Minke got the winning round was downright humiliating, so I snapped at him: ‘Get that smile off your face!’

We ended the day with half a game of Monopoly, where I deservedly won second prize in a beauty contest.

And then again the farewell of Minke. A hug and kiss that lasted almost 3 minutes, and I was given the assignment: ‘Post this picture of Minke and me today. The whole world needs to see it.”

Black Friday on Death Row

(English version below)

De rit naar de gevangenis is precies een half uur. Vanmorgen was het mistig. Normaal gesproken zie je de gevangenis al van ver liggen, in het kale landschap. Vandaag zag ik hem pas toen ik al bijna op de parkeerplaats stond.

De FDC – Federal Department of Corrections – kampt met een ernstig personeelstekort. En de gaten worden nu opgevuld met onervaren personeel. Dat heeft als consequentie dat de procedure om de gevangenis binnen te komen momenteel extreem veel tijd vergt. Persoonlijk maak ik me daar niet zo druk om, maar veel van de bezoekers winden zich behoorlijk op. Andere jaren zat ik rond 9 uur op Ronnie te wachten, vandaag was ik pas om 9.55 uur binnen. Overigens hoefde ik mij totaal niet te vervelen. Al wachtend op toegang tot P-dorm ( = Death Row, een afgescheiden deel op een groot gevangenisterrein, en de toegang tot DR is midden op het terrein van de algemene gevangenis) konden we genieten van de belevenissen van een mooi bruin eekhoorntje met witte borst. Onderweg door de afgescheiden kooi naar DR liep ik naast een Amerikaanse vrouw die afstamde van de Cherokee-indianen. Zo leerde ik dat het overgrote deel van de Cherokee-indianen geen lichaamshaar heeft, en dus ook geen baardgroei. Van de vrouwen vermoedde ik dat zelf ook al, maar dit was toch nieuw voor me. Haar opa moest in militaire dienst verplicht scheren, en na een aantal nutteloze discussies (don’t mess with the sergeant) deed hij dat dan maar met een scheermes zonder mesje.

Gisteren kreeg ik al een warm welkom van J., R., en B. Vandaag kwamen daar D. en L. bij. Ook onder de bezoekers ontstaan connecties. Vandaag trof ik ook de mensen weer die mij jaren geleden aanspraken vanwege mijn Leger des Heils vest. De ‘kleine’ Dante is inmiddels nog maar een paar centimeter korter dan ik, maar ik heb hem wel even laten weten dat het daar bij blijft. Volgend jaar zien we wel weer 😊

De communicatie met Ronnie is de laatste maanden sterk verbeterd. We kunnen nu zelf met elkaar bellen, meerdere keren per week. We bespreken dus erg veel buiten de gevangenis om. Diverse onderwerpen hebben we echter geparkeerd om te bespreken tijdens het bezoek. Bij sommige onderwerpen moet je elkaar in de ogen kunnen kijken. Mijn contact met anderen op DR was vandaag dan ook één van de gesprekken die Ronnie en ik hebben gevoerd. Mensen die mij kennen weten dat ik graag en makkelijk in gesprek raak met mensen, en dat doe ik dus ook op DR. Met als gevolg dat ik inmiddels contact heb met nog 6 mensen naast Ronnie. En dat vindt Ronnie moeilijk. Ik begrijp dat. Voor mij is het iets natuurlijks, iets vanzelfsprekends, maar op DR ligt dat heel anders. Ik moet absoluut meer rekening houden met Ronnies gevoelens op dit punt. En vooral: openheid bieden.

Een ander onderwerp was, op mijn verzoek, het doornemen van de stamboom van Ronnie. Hij heeft een enorme familie, en elke keer als er weer een naam langskomt dan vraag ik mij af hoe het ook alweer zat met die familiebanden. Dus we hebben een paar vellen papier volgeschreven. Want als je begint bij een oma die 13 kinderen op de wereld heeft gezet, dan lopen er binnen een paar generaties wel wat nazaten rond te huppelen.

Onvermijdelijk kwam ook nog het verdriet in ons eigen leven aan de orde. Ronnie zegt daar zelf over: ooit waren we pen pals, toen werden we vrienden, en  nu zijn we familie. Mijn pijn is dus vanzelfsprekend ook zijn pijn. En hij is daarin een grote steun voor mij.

Vandaag was ik alleen bij Ronnie. Minke gaat morgen weer mee, Vandaag wilde ze winkelen. Op Black Friday… In Amerika… zucht.

(English version)

Black Friday on Death Row

It’s exactly half an hour, driving to the prison. This morning it was foggy. Normally you can see the prison from afar, in the barren landscape. Today I only saw it when I was almost in the parking lot.

The FDC – Federal Department of Corrections – is facing a serious staff shortage. And the gaps are now being filled with inexperienced personnel. As a consequence, the procedure to enter the prison is currently extremely time consuming. Personally, I don’t worry too much about that, but many of the visitors get quite stressed. Other years I was ready to meet Ronnie around 9 am, today I was only in at 9.55 am. By the way, I had no reason to be bored during waiting outside. While waiting for access to P-dorm ( = Death Row, a separate part of a large prison area, and the entrance to DR is in the middle of the general prison area) we could enjoy the experiences of a beautiful brown squirrel with a white chest . On my way through the segregated cage to DR, I walked next to an American woman who was descended from the Cherokee Indians. Thanks to her I learned that the vast majority of the Cherokee Indians have no body hair, and therefore no beard growth. I knew about the Cherokee women 😊, but this was new to me. Her grandfather had to shave in military service, and after a number of useless discussions (don’t mess with the sergeant) he did so with a razor without a blade.

Yesterday I already received a warm welcome from J., R., and B. Today D. and L. joined them. Connections are also created among the visitors. Today I again met the people who approached me years ago because of my Salvation Army vest. The ‘little’ Dante is now only a few centimeters shorter than me, but I let him know that it will stay like this. We’ll see again next year 😊

Communication with Ronnie has greatly improved in recent months. We can now call each other, several times a week. So we discuss a lot by distance. However, we have parked several topics to discuss during the visit. With some subjects you have to be able to look each other in the eye. My contact with others on DR was therefore one of the conversations Ronnie and I had today. People who know me know that I talk to people easily, and that’s also what I do at DR. As a result, I now have contact with 6 more people besides Ronnie. And Ronnie finds that difficult. I understand that. For me it is something natural, something that goes without saying, but on DR it is very different. I definitely need to be more considerate of Ronnie’s feelings on this point. And above all: openness.

Another subject, at my request, was reviewing Ronnie’s family tree. He has a huge family, and every time a new name comes along I wonder what it was about those family ties. So we filled up a few sheets of paper. For if you start with a grandmother who brought 13 children into the world, then within a few generations there will be some descendants hopping around.

Inevitably, the sadness in our own lives also came up for discussion. Ronnie himself says: once we were pen pals, then we became friends, and now we’re family. So naturally my pain is also his pain. And he is a great help to me in that.

Today I was alone with Ronnie. Minke will come along again tomorrow. Today she wanted to go shopping. On Black Friday… In America… sigh.

Thanksgiving 2022 on Death Row

(English version below)

Thanksgiving. Er zijn nogal wat misverstanden over wat Thanksgiving precies inhoudt. Er zijn nog mensen die denken dat dit een traditie is, als dank voor de voorspoed die ‘wij Europeanen’ (en dan met name de Pelgrims), gebracht hebben in Amerika. Het ligt wat anders. Goed om dankbaar te zijn, en dat te vieren, maar de oorsprong van Thanksgiving is er eentje van onderdrukking, uitbuiting en verdrijven van een inheemse bevolking. Er zit een schaduwkant, een dikke zwarte rand aan. Waarom begin ik een stukje over een bezoek aan Ronnie op deze manier? Omdat hij mij vroeg om ter voorbereiding op dit eerste bezoek vijf dingen te bedenken waarvoor ik dankbaar ben. Ik kon er makkelijk 5 bedenken, maar evenveel redenen om moeite te hebben met dankbaarheid. Bijna overal lijkt een schaduwrand aan te zitten. Wat mooi is het dan om bij iemand te komen, die zich in een voor ons nauwelijks te bevatten situatie bevindt, en dan zo ontzettend veel dankbaarheid te zien.

De reünie begon, zoals gewoonlijk, al buiten vóór het ‘inchecken’. In de lange rij wachtenden stonden C., M., A., en F. Vier warme knuffels op een koude novembermorgen. Want koud was het. Zaten we andere jaren nog lekker in de zon bij temperaturen boven de 25 graden, dit jaar is het bibberen geblazen. We zijn hier nu 4 dagen, en pas na het bezoek vanmiddag kwam de temperatuur boven de 20 graden. Veel warmer dan 16 graden was het nog niet geweest. Ja, we weten dat het daar bij jullie in Nederland kouder is, maar dat hoort rond deze tijd. Dit niet.

De reis hierheen ging redelijk voorspoedig. Met alleen handbagage hadden we geen stress bij de twee overstappen. Alleen wel een beetje jammer dat de laatste (3e) vlucht werd gecanceld. Een extra wachttijd van ruim 2 uur. Van huis tot huis werd het daardoor een reis van ruim 22 uur.

Terug naar vanmorgen. De incheck ging tergend langzaam. Pas vlak voor 10 uur zaten we binnen. Gelukkig kwam Ronnie heel snel de bezoekersruimte binnen. Hij twijfelde even wie hij het eerst zou knuffelen, maar ik liet de eer aan Minke. Wat was dat mooi. Hij is zo gek op zijn ‘sister’. Ondanks de geboden haast (hij wilde om 10 uur gaan koken) begonnen we rustig met koffie en hete chocomel. Hij had van tevoren al aangekondigd dat hij vandaag een Thanksgiving-diner zou klaarmaken. Niet alleen voor ons, maar ook voor een stel anderen. Daar had hij het dus lekker druk mee. Inmiddels ben ik gepromoveerd tot souschef.

Vandaag hadden we maar een paar diepe gesprekken, vrij kort. Alles stond in het teken van ontspanning. Er waren weinig mensen in de bezoekersruimte, want slechts 16 mannen hadden bezoek. Ik vind dat pijnlijk. Van de 302 personen op Death Row krijgen dus op DE familiedag van het jaar maar 16 mensen bezoek. Van de 13 mensen bij Ronnie op de vleugel zijn er 4 die nooit bezoek krijgen. Niemand van buiten die hen bezoekt. Nooit zien ze familie of vrienden.

Het hoogtepunt dieptepunt van de dag was het Skip-Bo-toernooi. Net als een aantal jaren geleden spanden die twee samen om er maar voor te zorgen dat ik niet zou winnen. Heel triest, maar als ze er blij van worden, laat ze dan maar genieten. Gelukkig verloor Ronnie een wedstrijdje armpje-drukken van de 7-jarige Matthew. Gerechtigheid.

Thanksgiving 2022 on Death Row

Thanksgiving. There are quite a few misunderstandings about what Thanksgiving means. There are still people who think that this is a tradition, as a thank you for the prosperity that ‘we Europeans’ (and especially the Pilgrims) have brought to America. It’s a bit different. It’s good to be thankful and to celebrate, but the origin of Thanksgiving is one of oppression, exploitation and expulsion of indigenous people. There is a dark side. Why do I start a piece about visiting Ronnie this way? Because in preparation for this first visit he asked me to think of five things for which I am grateful. I could easily think of 5, but just as many reasons to struggle with gratitude. Almost everywhere there seems to be a shadow border. How beautiful it is to come to someone who finds himself in a situation that we can hardly comprehend, and then see so much gratitude.

The reunion started, as usual, outside before ‘check-in’. In the long queue were C., M., A., and F. Four warm hugs on a cold November morning. Because it was cold. In other years after the visit we were sitting in the sun at temperatures above 77 degrees, this year it is shivering. We have been here for 4 days now, and only after the visit this afternoon did the temperature rise above 68 degrees. It hadn’t been much warmer than 16 degrees. Yes, we know it’s colder over there in The Netherlands, but that should be around this time of the year.

The journey here went fairly well. With hand luggage only, we had no stress at the two transfers. Just a shame that the last (3rd) flight was cancelled. An additional waiting time of more than 2 hours. This made it a journey of more than 22 hours from house to house.

Back to this morning. Check-in was excruciatingly slow. We arrived just before 10am. Fortunately, Ronnie entered the visitors’ room very quickly. He hesitated for a moment who he would hug first, but I left the honor to Minke. That was beautiful. He is so crazy about his sister. Despite the urgency (he wanted to start cooking at 10 o’clock) we started quietly with coffee and hot chocolate. He had already announced in advance that he would prepare Thanksgiving dinner today. Not only for us, but also for a bunch of others. So he was very busy with that. I have now been promoted to sous chef.

Today we only had a few deep conversations, quite short. Everything was about relaxation. There were few people in the visitors’ room, as only 16 men had visitors. I find that painful. So of the 302 people on Death Row, only 16 people get visitors on THE family day of the year. Of the 13 people with Ronnie on the wing, 4 never get visitors. No one from the outside visiting them. They never see family or friends.

The highlight low of the day was the Skip-Bo tournament. Like a few years ago, the two conspired just to make sure I didn’t win. Very sad, but if it makes them happy, let them enjoy it. Fortunately, Ronnie lost an arm-pressing competition to 7-year-old Matthew. Justice prevailed!

R.I.P. Henk, vaarwel…

(English version below)

Datum: 2 oktober 2011 om 21:17:04 CEST
Aan: “Henk de Velde” <trimaranjuniper@gmail.com>
Hallo Henk,
Ik zal me eerst even voorstellen: Aart Kraak. Je kent me niet (vergeef me dat ik tutoyeer), hoewel ik al geruime tijd een Faceboek-vriend van je ben. Eén van de gektes van deze maatschappij: vrienden die je niet kent. Maar afijn: ik volg je al jaren, je reizen over de wereld, je reizen door het leven. En ik ben een groot bewonderaar van jouw levensfilosofie. Diep respect voor hoe jij in het leven staat. Diep onder de indruk was ik van de uitzendingen waar je relatie met Stefan aan bod kwam, ook de uitzendingen waar jullie samen te zien waren. Ik zou het mooi vinden om eens een keer een goed gesprek te voeren, over het leven, over de liefde van een vader voor zijn zoon, of misschien juist wel die van een zoon voor de vader. Over geloven, over de maatschappij… over… Ik ben geen journalist, gewoon een ‘volger’ die het mooi zou vinden om een keer met een bijzonder mens een prettig gesprek te voeren. Ik hoop dat je daar voor open staat. Zo ja, dan weet ik wel een mooi plekje in Amsterdam, niet te ver van je boot. Ik hoop dat je, na bijna de hele wereld gezien te hebben, dat plekje vlakbij je boot nog niet kent. Ik ben geen journalist, dus geen ‘nieuwsgier’. Wel kans dat er ooit iets over ons (eventuele) gesprek op mijn weblog terecht komt. Ik heb al eens eerder iets over je geschreven: 
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2010/04/12/mopperblog/
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2009/03/07/tristan-da-cunha/
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2008/05/11/succes-en-geluk/
Ik hoor graag van je,
Aart Kraak / 06 5122####

Van: Henk de Velde <trimaranjuniper@gmail.com>
Onderwerp: Antw: Gesprek?
Datum: 3 oktober 2011 om 21:08:13 CEST
Aan: Aart Kraak
Aart, Je hoeft geen bewonderaar te zijn want als ik jouw blogs lees heb je dezelfde instelling. En natuurlijk kunnen we keer praten en bakkie doen. Donderdag misschien maar eerst moet ik morgen even afwachten. Mijn telefoon is 06-1253####. Groeten, Henk

Op 10 september 2011 kwam Henk de Velde aan in IJmuiden, de plek waar hij op 26 september 2007 vertrok om aan zijn Never Ending Voyage te beginnen. Hij zou misschien wel nooit meer terugkomen. Ik volgde Henk al jaren in de media. Ik bewonderde zijn kijk op het leven, zijn avontuurlijke durf. Ik wilde dat zelf ook. Ik smulde van zijn belevenissen op de meest afgelegen plekken op de aardbol. Een paar maanden voor zijn vertrek, op 25 april 2007, was er een TV-uitzending, een productie van Hugo Borst waarin hij bekende vaders en (meestal onbekende) zonen portretteerde. Hij interviewde daarin ook zoon Stefan, en die uitzending sloeg bij mij in als een bom. Henk zei daar later zelf over, dat het verdriet in de ogen van Stefan hem bleef achtervolgen. Hij wist al gauw dat hij zou terugkomen. Het duurde uiteindelijk nog vier jaar.
Op donderdag 6 oktober 2011 ontmoetten we elkaar voor het eerst. In het houten hart van de Juniper begonnen we te praten alsof we elkaar al jaren kenden.

We gingen eten in de Buurtboerderij, en genoten van een paar goede glazen wijn. Naar aanleiding van deze eerste ontmoeting schreef ik:

We komen allebei uit een nest van ‘psalmen op oude berijming’ en koesteren de warmte van herinneringen. Herinneringen die je op onverwachte plaatsen diep kunnen treffen. Bijvoorbeeld als men je aan de andere kant van de wereld ineens psalm 134 toezingt. En ineens krijg ik ook de man te zien die werd achtervolgd door de ogen van zijn zoon. De man die ergens tussen Siberië en Alaska zo sterk naar huis verlangde dat hij schreef: Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij. Om half 9 krijgen wij het verzoek om het pand te verlaten. Rond 9 uur nemen we afscheid. “Een bakkie doen” liep wat uit de hand… Henk, bedankt!

In de periode dat hij in Amsterdam lag zagen we elkaar bijna wekelijks. Ik ontmoette daar ook Tommie, de nieuwe eigenaar van de Juniper, en we dineerden met z’n drieën in de IJ-kantine en hieven het glas op een nieuw leven voor de Juniper. Op zijn eerste reis overleed Tommie aan boord van de Juniper aan een hartstilstand.
Toen Henk verhuisde zagen we elkaar minder vaak, vier of vijf keer per jaar. We begonnen dan aan boord van de Solitario in de Roggebotsluis en gingen eten in Kampen, waar hij mij dan weer op de trein zette. Geregeld bleven we ook aan boord, omdat we het goede gesprek niet wilden onderbreken. Henk kookte dan.

Zijn reisverhalen hoorde ik vooral bij de lezingen die hij gaf. Op de boot spraken we vooral over onze levens, over de maatschappij, over geloven, over onze zonen.

Mensen die Henk alleen kenden uit de media dachten vaak dat hij een wereldvreemde kluizenaar was. Niets was minder waar. Ja, hij koos er bewust voor om vaak, meestal, alleen te zijn. Hij hield daarvan. Maar Henk was een hele open, benaderbare man, die altijd alle tijd en ruimte nam als mensen hem gevraagd en ongevraagd aanspraken. Dankzij jou heb ik Margreet leren kennen, nu een vriendin voor het leven.

Wat was het goed, Henk, om terug te komen. Wat genoot je van Stefan, je kleinkinderen, en je familie. Wat was je trots toen Stefan ooit in een eigen bootje het IJsselmeer overstak om je in Amsterdam te bezoeken. Wat was je een fantastisch lieve, trotse opa. Als je me foto’s liet zien van je kleinkinderen, dan zag ik een glans in je ogen die misschien nog wel mooier was dan die wanneer je vertelde over naast de Juniper meezwemmende walvissen. Ik had het je zo gegund dat je hen verder had kunnen zien opgroeien.

De laatste maanden eindigden jouw berichten aan mij steevast met: ‘Het komt goed.’ Ik wist dat je vertrouwde op de God die je leerde kennen bij je ouders thuis en in de kerk van IJsselmuiden.
‘En ’t veilig strand voor oog …’
Vaarwel, mooi mens!

English version:

R.I.P. Henk, goodbye…

Date: October 2, 2011 at 9:17:04 PM CEST
To: “Henk de Velde” <trimaranjuniper@gmail.com>
Hi Henk,
First let me introduce myself: Aart Kraak. You don’t know me (forgive me for tutoying), although I’ve been a Facebook friend of yours for quite some time. One of the crazy things of this society: friends you don’t know. But anyway: I’ve been following you for years, your travels around the world, your travels through life. And I am a great admirer of your philosophy of life. Deep respect for how you live your life. I was deeply impressed by the broadcasts where your relationship with Stefan was discussed, also the broadcasts where you could be seen together. I would love to have a good conversation once, about life, about a father’s love for his son, or perhaps a son’s love for the father. About faith, about society… about… I’m not a journalist, just a ‘follower’ who would love to have a nice conversation with a special person. I hope you are open to that. If so, I know a nice spot in Amsterdam, not too far from your boat. I hope that after seeing almost the whole world, you don’t know that spot near your boat yet. I’m not a journalist, so not a ‘news vulture’. Chances are that some day something about our (possible) conversation will end up on my weblog. I’ve written about you before (Sorry for my foreign friends, I did not yet translate these):
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2010/04/12/mopperblog/
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2009/03/07/tristan-da-cunha/
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2008/05/11/success-en-geluk/
I like to hear from you,
Aart Kraak / 06 5122####

From: Henk de Velde <trimaranjuniper@gmail.com>
Subject: Answer: Conversation?
Date: October 3, 2011 at 9:08:13 PM CEST
To: Aart Kraak
Aart, You don’t have to be an admirer because when I read your blogs you have the same attitude. And of course we can talk and have a cuppa tea. Thursday maybe, but first I’ll have to wait and see tomorrow. My phone is 06-1253####. Regards, Henk

On September 10, 2011, Henk de Velde arrived in IJmuiden, the place where he left on September 26, 2007 to start his Never Ending Voyage. He might never come back. I had been following Henk in the media for years. I admired his outlook on life, his adventurous daring. I wanted that myself. I feasted on his experiences in the most remote places on the globe. A few months before his departure, on April 25, 2007, there was a TV broadcast, a Hugo Borst production in which he portrayed famous fathers and (usually unknown) sons. He also interviewed son Stefan in it, and that broadcast hit me like a bomb. Henk later said about this himself that the sadness in Stefan’s eyes continued to haunt him. He soon knew he would return. It ended up taking another four years.

On Thursday October 6, 2011 we met for the first time. In the wooden heart of the Juniper, we began to talk as if we had known each other for years.

We went for dinner at the Buurtboerderij, and enjoyed a few good glasses of wine. As a result of this first meeting I wrote:

We both come from a nest of ‘psalms on old rhymes’ and cherish the warmth of memories. Memories that can hit you deeply in unexpected places. For example, if people suddenly sing to you on the other side of the world Psalm 134. And suddenly I also get to see the man who was being chased by his son’s eyes. The man who longed so much for home somewhere between Siberia and Alaska that he wrote: Even though I pass through a valley of deep darkness, I fear no evil, for Thou art with me. At half past eight we are asked to leave the building. We say goodbye around 9 pm. “Having a cup of coffee” got a bit out of hand… Henk, thank you!

During the period that he was in Amsterdam, we saw each other almost weekly. There I also met Tommie, the new owner of the Juniper, and the three of us had dinner in the IJ-canteen and raised a glass to a new life for the Juniper. On his maiden voyage, Tommie died aboard the Juniper of cardiac arrest.

When Henk moved we saw each other less often, four or five times a year. We would then embark on the Solitario in the Roggebot lock and have dinner in Kampen, where he would put me back on the train. We also regularly stayed on board, because we didn’t want to interrupt the good conversation. Henk then cooked.

I mainly heard his travel stories during the lectures he gave. On the boat we mainly talked about our lives, about society, about religion, about our sons.

People who only knew Henk from the media often thought that he was an otherworldly hermit. Nothing could be further from the truth. Yes, he consciously chose to be alone often, even most of the time. He loved that. But Henk was a very open, approachable man, who always took the time and space when people approached him solicited and unsolicited. Thanks to you I got to know Margreet, now a friend for life.

How good it was, Henk, to come back. How you enjoyed Stefan, your grandchildren, and your family. You were so proud when Stefan once crossed the IJsselmeer in his own boat to visit you in Amsterdam. What a wonderful sweet, proud grandfather you were. If you showed me pictures of your grandchildren, I saw a gleam in your eyes that was perhaps even more beautiful than when you talked about whales swimming alongside the Juniper. I wished you so much that you could have watched your grandchildren grow up.

In recent months, your messages to me invariably ended with: ‘It will be fine.’ I knew that you trusted the God you got to know at your parents’ home and in the church of IJsselmuiden.

‘And the safe beach in sight …’

Farewell, beautiful person!

R.I.P. Petrus

(English version below)

Peter,

Op 22 mei 1956 geboren, aangegeven als Petrus Johannes, … maar niet heus… Ongeveer twee weken voor zijn overlijden kreeg Peter nog een grote verrassing. We waren de laatste details voor het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan het invullen. Peters leven was gekleurd door wat hij als klein kind thuis heeft meegemaakt en vervolgens in één van de jeugdinrichtingen waar hij zijn kinderjaren doorbracht. Ik kende Peter pas een paar jaar, en raakte met hem bevriend dankzij Franz, iemand die ik een paar jaar heb begeleid, en waarmee ik nog steeds een heel goed en intensief contact heb. Ik kom daar zo op terug. Nog even terug naar Petrus.


Ergens in maart, geloof ik, kwam Peter terecht op de Intensive Care van het BovenIJ Ziekenhuis. Peter had een ernstige vorm van COPD en deed aan zelfmedicatie met sigaretten. Geen goede combinatie. Het was vrij duidelijk dat Peter dit niet zou overleven. Maar toen ik na een week weer op bezoek kwam lag daar een heel ander mens. Hij knapte weer op. Zijn bovenbuurman, Robert, bracht hem trouw een paar keer per week de post. Dat was inmiddels een aanzienlijke stapel. Ik vroeg hem wie die post ging wegwerken. Als ik dat soort vragen niet zou stellen had ik veel meer vrije tijd…
Vanaf dat moment was ik Peters Personal Assistant. In die stapel post zat informatie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Na ongetwijfeld een bureaucratisch traject gloorde een uitkering van € 5.000,-
We besloten aan de slag te gaan. Ergens in dit traject viel mijn oog op de naam op zijn ID: Peter, terwijl we bij alle formulieren steevast Petrus Johannes hadden ingevuld. Hij bleef dat volhouden, maar toen zijn geboorteakte op de deurmat viel kon hij er niet meer onderuit: hij heeft altijd Peter Johannes geheten, en nooit Petrus.

Toen ik daar op de IC naast Peter zat – hij lag daar helemaal uitgeteerd aan slangen, buisjes en kabels – liet ik dat kleine stukje dat ik van zijn leven kende de revue passeren. En ik vroeg mij af… Peter, wat was de zin van jouw leven?
Ik heb de volle overtuiging, dat ieder leven zinvol is. Er zullen ongetwijfeld heel wat antwoorden zijn waarom Peters leven zinvol was. Toen ik hierover sprak met mijn lieve vriendin Margreet zei ze resoluut: ‘Hij is een goede vriend voor Franz, dat is toch zinvol?’ En dat klopt helemaal, een goede vriend voor Franz, met af en toe een stevige kortsluiting, dat dan weer wel. Toen Franz alles kwijt was trof hij Peter, in de Haven, op het Hekelveld (opvang van het Leger des Heils). Peter nam Franz bij de hand in de wereld van de dak- en thuislozen, en wees hem de weg. Zonder Peter zou het met Franz misschien wel heel wat minder zijn afgelopen. Samen zwierven ze door de binnenstad van Amsterdam. En misschien wel het allerbelangrijkste: Peter haalde Franz bij de theatergroep, en dat heeft Franz’ leven blijvend veranderd. Peter was een prachtige acteur, met een markante kop. Het toneelgezelschap was zijn leven. De andere spelers, regisseur en mensen eromheen waren zijn familie.

Hij heeft vreselijke dingen meegemaakt, hem aangedaan door de fraters in een tehuis. Hij heeft nooit zijn ouders meer gezien. Of er nog familie was, weten we niet. Voor die schadevergoeding heeft Peter mij verteld wat hem is overkomen. Hij kon dat. Niet zonder emotie, maar buitengewoon krachtig. Bij zijn uitvaart heb ik hem als volgt getypeerd: ‘Beschadigd, maar niet gebroken’.

De uitvaart was buitengewoon indrukwekkend. Peters eigen muziek, de woorden en de tranen van zijn familie vormden het decor van zijn laatste hoofdrol.  

Peter, je leven was ongelooflijk zinvol! Bedankt!

R.I.P. Petrus (English version)

Peter,

Born on May 22, 1956, officially named Petrus Johannes, … but not really … About two weeks before his death, Peter got a big surprise. We were completing the final details for the Violent Offenses Compensation Fund. Peter’s life was colored by what he experienced at home, as a little kid, and subsequently in one of the youth institutions where he spent his childhood. I only knew Peter for a few years, and became friends with him thanks to Franz, someone I mentored for a few years and with whom I still have a very good and intensive contact. I’ll get back to that in a minute. Back to Peter for a moment.

Sometime in March, I believe, Peter ended up in the Intensive Care Unit of the BovenIJ Hospital. Peter had a severe form of COPD and self-medicated with cigarettes. Not a good combination. It was pretty clear that Peter wasn’t going to survive this. But when I came to visit again after a week, there was a completely different person. He recovered. His upstairs neighbor, Robert, faithfully delivered the mail a few times a week. That had grown to a considerable pile. I asked him who was going to get rid of that mail. If I didn’t ask those kinds of questions, I’d have a lot more free time…

From that moment on I was Peter’s Personal Assistant. That pile of mail contained information from the Violent Offenses Compensation Fund. After undoubtedly a bureaucratic process, a payment of € 5,000 would be donated.

We decided to get started. Somewhere in this trajectory my eye fell on the name on his ID: Peter, while we had invariably filled in Petrus Johannes for all forms. He persisted, but when his birth certificate fell on the doormat he couldn’t avoid it: he was always called Peter Johannes, and never Petrus.

When I was sitting there in the ICU next to Peter – he lay there completely exhausted, connected with hoses, tubes and cables – I reviewed that little piece I knew of his life. And I wondered… Peter, what was the meaning of your life?

I am fully convinced that every life has meaning. There will no doubt be many answers as to why Peter’s life was meaningful. When I talked about this with my dear friend Margreet, she resolutely said: “He’s a good friend for Franz, doesn’t that make sense?” And that’s quite right, a good friend for Franz, with every now and again a good clash. When Franz had lost everything he found Peter, in the Haven, on the Hekelveld (Salvation Army shelter). Peter took Franz by the hand in the world of the homeless and showed him the way. Without Peter, Franz situation might have become a lot worse. Together they roamed through the city center of Amsterdam. And perhaps most importantly: Peter introduced Franz with the theater group, and that changed Franz’s life permanently. Peter was a wonderful actor, with a striking head. The theater company was his life. The other actors, director and people around him were his family.

He has experienced terrible things, done to him by the catholic brothers in a children’s home. He never saw his parents again. We don’t know if there were any family. For that financial compensation, Peter told me what happened to him. He could. Not without emotion, but extraordinarily powerful. At his funeral I typed him as follows: ‘Damaged, but not broken’.

The funeral was extremely impressive. Peter’s own music, the words and the tears of his family formed the setting for his last leading role.

Peter, your life was incredibly meaningful! Thank you!

R.I.P. Bas

(English version below)

Twee fietsen, twee trams… Bas had zo’n achternaam die iedereen altijd fout schreef, met dubbel f en dubbel t. Nog voor men erom vroeg greep hij al naar wat vervoermiddelen om het toe te lichten. Bas dacht veel sneller dan jij. Hij maakte je vraag of je zin al af als je nog maar net begonnen was. In het begin ergerde ik me daar kapot aan. Om hem te pesten maakte ik er daarom vaak gewoon een heel andere zin van dan ik aanvankelijk van plan was. Complete onzin, en hij kon er hartelijk om lachen.  

Op 26 mei 2021 had ik mijn eerste afspraak met Bas. We hingen een paar uur op een terras in het Vondelpark (ja, ik heb best een zware baan). Er zouden er nog heel veel volgen. Om de kosten wat te reduceren bleven we later meestal in de lobby van het hotel waar hij verbleef. Hotel? Ja, in Coronatijd zaten diverse hotels in Amsterdam vol met daklozen. Hij was daar een graag geziene gast en regelde gratis koffie en thee.

Jaren geleden, met de grote economische crisis, ging het mis bij Bas. De financiële sector ging onderuit en Bas raakte zijn baan kwijt. Uiteindelijk kwam Bas ‘bij ons’ terecht. Vanaf dag 1 had ik een klik met Bas, en zat ik aan hem vast met een soort WhatsApp-superlijm (export: 98 A4-tjes op Calibri 11). En als we blauwe vingers kregen van het typen dan belden we. Bij onze bezoeken hadden we altijd mooie gesprekken, over politiek, maatschappij, en over kwantummechanica. Op dat terras in het Vondelpark discussieerden we of licht materie is of energie. Bas was buitengewoon slim, intellectueel.

Ik nam het ‘dossier Bas’ over van een collega die een andere baan kreeg. Dankzij Bas’ eigen wilskracht en het werk van mijn collega leek ik in een gespreid bedje terecht te zijn gekomen. Ogenschijnlijk had hij het meeste op de rails en moest hij alleen nog wachten tot er ergens een woning zou vrijkomen. We vonden met z’n allen dat Bas er klaar voor was. Hij deed zijn eigen administratie, regelde de noodzakelijke betalingen, en hield zijn administratie goed bij… Dachten we, want Bas kon zichzelf goed verkopen. Ik kwam erachter dat hij al heel lang zijn post niet had opgehaald. Toen had ik voor het eerst een gesprek waarin de stoere Bas brak. Hij huilde en zei: ‘Aart, daar ligt een gigantische stapel enveloppen, en elke envelop trapt mij verder de problemen in. Ik wil niet nog meer problemen.’
Als mensen hun post niet meer openen, dan gaat het goed mis. Maar hij herpakte zich, en de volgende week lag er een berg post. Hij had ze allemaal doorgenomen en er bleef een klein stapeltje ‘problemen’ over, die we ter plekke konden wegwerken.

Ooit vroeg ik hem: ‘Wat mis je nu echt?’ ‘Uit eten gaan in een restaurant, biefstuk’, was het antwoord. Dus regelde ik een diner in de Voetboogstraat. Omdat Bas (nog) niet was gevaccineerd, moesten we buiten eten. Bas zijn bord werd eerst neergezet, en daarna mijn spareribs. Nog voordat ik twee ribben  had laten zweven keek ik even naar de andere kant van de tafel… een leeg bord.
Toen het moment naderde dat hij de opvang moest verlaten zijn we nog een keer uit eten geweest, samen met een jonge vrouw en dochter die ook in de opvang verbleven, en waar we veel contact mee hadden. Thais eten op het Beukenplein. ’s Morgens belde hij mij of hij dan € 20 euro zou kunnen lenen. Ik vond dat prima, maar ík zou betalen. Hij had het voor iets anders nodig. Na het toetje kwam de aap uit de mouw. Bas had een taxi geregeld voor de terugrit… Na het restaurant een taxi, dat was hij zo gewend. Heerlijk!  

Als hulpverleners hebben wij te maken met afstand en nabijheid. Ik ben daar heel slecht in, in afstand… Soms worden mensen vrienden. Bas en ik zouden elkaar blijven zien na dit traject. Als er een Olympische titel ‘slap ouwehoeren’ zou zijn geweest, dan deden anderen alleen nog maar mee om brons. We hadden dromen over het neerzetten van een nieuwe standaard in de hulpverlening. Nicht W. en ik zouden die moeten gaan neerzetten, en Bas had zichzelf al benoemd tot Financial Manager.

Toen Bas vertrok uit het Vondelpark begon ik hem kwijt te raken. Mijn opvolger E. moest ook even wennen aan Bas, maar nam het stokje perfect over en ‘mocht blijven’. Maar toch ging het mis. Wij als hulpverleners willen iedereen ‘redden’, maar sommige mensen verliezen van het leven, of krijgen een fatale aandoening, of allebei, zoals Bas.

Die woning was er gekomen. Een splinternieuwe studio in Noord. Hij heeft er een week gewoond…
Ik mocht erbij zijn toen de familie afscheid nam van Bas, een week voor de uitvaart. Hartverscheurend. Sommige mensen vergeten het weleens, maar ‘onze mensen’ zijn ook gewoon zonen en dochters van ouders. Ik voelde mij verward over mijn eigen verdriet over Bas’ overlijden. Maar wat doet mijn verdriet ertoe als je een moeder ziet bij haar overleden jongen… 

Ik mocht spreken bij de uitvaart, en heb gehuild. Ik gebruikte als afsluiting van mijn verhaal de woorden van moeder G. die zij een week eerder uitsprak bij de open kist: ‘Je hebt nu rust, Bas, je hebt nu rust…’

English version:

R.I.P Bas

Two bicycles(fietsen), two trams… Bas had a last name that everyone always spelled wrong, with double f and double t. Even before it was asked, he already explained the correct spelling with some means of transport. Bas thought much faster than you. He finished your question or sentence when you had just started. At first I was annoyed by that. To bully him, I often just made it into a completely different sentence than I originally intended. Complete nonsense, and he had a hearty laugh about it.

On May 26, 2021 I had my first appointment with Bas. We hung out on a terrace in the Vondelpark for a few hours (yes, I have a tough job). Many more would follow. Later, to cut costs, we usually stayed in the lobby of the hotel where he was staying. Hotel? Yes, in Corona time several hotels in Amsterdam were full of homeless people. He was a welcome guest there and managed to arrange free coffee and tea.

Years ago, with the great economic crisis, things went wrong for Bas. The financial sector collapsed and Bas lost his job. Finally Bas came to us. From day one I had a click with Bas, and I was attached to him with a kind of WhatsApp super glue (export of our WhatsApp-chat: 98 A4 pages on Calibri 11). And if we got blue fingers from typing, we called. During our visits we always had nice conversations about politics, society, and about quantum mechanics. On that terrace in the Vondelpark we discussed whether light is matter or energy. Bas was extremely smart, intellectual.

I took over the ‘Bas file’ from a colleague who got another job. Thanks to Bas’s own willpower and the work of my colleague, I seemed to have gotten an easy task. Apparently he had most of it on track and only had to wait for a house to become available somewhere. We all thought that Bas was ready. He did his own administration, arranged the necessary payments, and kept his administration up to date… Well, that’s what we thought, because Bas easily made you believe he did all that. I found out that he hadn’t picked up his mail for a long time. When I found that out, for the first time I had a conversation in which the tough Bas broke. He wept and said, “Aart, there’s a huge pile of envelopes over there at the pick-up point, and each envelope kicks me further into trouble. I don’t want any more trouble.”

When people stop opening their mail, things go very wrong. But he recovered, and the next week there was a pile of mail. He had gone through them all and left a small pile of “problems” that we could get rid of on the spot.

I once asked him: “What do you really mis?” “Eating out at a restaurant, steak,” was the answer. So I arranged a dinner in the Voetboogstraat. Because Bas was not (yet) vaccinated, we had to eat outside. Bas’s plate was put down first, and then my spare ribs. Before I emptied just two of the many ribs, I glanced over to the other side of the table… an empty plate.

When the moment approached that he had to leave the shelter, we went out for dinner again, together with a young woman and daughter who also stayed in the shelter, and with whom we had a lot of contact. Thai food on Beukenplein. In the morning he called me if he could borrow 20 euros. I was fine with that, but I told him I would pay for the dinner. He needed it for something else. After dessert I found out what he needed the money for. Bas had arranged a taxi for the ride back… A taxi after the restaurant, he was used to that when he still had a good life. I love this behavior!

As social workers we have to deal with ‘distance and proximity’. I’m really bad at that, at distance… Sometimes people become friends. Bas and I would continue to see each other after this process. If there would have been an Olympic title of ‘talking nonsense’, others would only compete for bronze. We had dreams about setting a new standard in ‘social work’. Cousin W. and I were supposed to establish this organization, and Bas had already appointed himself Financial Manager.

When Bas left the Vondelpark I started to lose him. My successor E. also had to get used to Bas, but took over the baton perfectly and ‘was allowed to stay’. But nevertheless things went wrong. We as ‘rescuers’ want to ‘save’ everyone, but some people lose the battle against life, or develop a fatal condition, or both, like Bas.

That house had come. A brand new studio in Noord. He lived there for a week…

I was allowed to be there when the family said goodbye to Bas, a week before the funeral. Heartbreaking. Some people sometimes forget, but ‘our people’ are also just sons and daughters of parents. I felt confused about my own grief over Bas’ passing. But what does my grief matter when you see a mother with her dead boy…

I was allowed to speak at the funeral, and I cried. To conclude my story, I used the words of mother G., which she spoke a week earlier at the open coffin: ‘You are now at peace, Bas, you are at peace now…’

BINGO!!!

(English version below)

We waren dit jaar wat laat met het plannen van onze zomervakantie. En dan is de spoeling dun. Omdat één van de reisgenoten nog niet geïnteresseerd is in het urenlang rondlopen in een snikhete Europese binnenstad, of het beklimmen van oude kerktorens en er dan na 368 schuin aflopende treden achter komen dat er een heel dicht net hangt (onder de vogelstront), kozen we dit keer voor een ‘kindvriendelijk vakantiepark’. Je kent dat wel, zo’n Gillis-reservaat. Na urenlang stapvoets dolen over dit buitengewoon gastvrije Gillis-kamp (nergens een uitgang te vinden), en voor ons gevoel diverse landsgrenzen te hebben overschreden, kwamen we bij het juiste huisnummer. We kwamen binnen in de sauna, die ze hadden ingericht met een bankstel en een aantal bedden. Er was zelfs een keukentje.

Hoogtepunt, op één na, was een bezoek aan Brugge. Een prachtige stad, die ik een jaar of 5 geleden samen met Minke ook al eens uitgebreid had bezocht. Een herhalingsbezoek was absoluut nodig, omdat mijn aanwezigheid in mooie steden altijd gepaard gaat met renovaties. Het mooiste gebouw van de stad, dat fotomomentje, staat altijd in de steigers als ik er ben. Dat was toen ook zo, dus een mooie kans om nu eens die foto’s te maken die toen mislukt zijn. We begonnen bij de Sint-Salvatorskathedraal die bij het vorige bezoek in de steigers stond. En jawel: hij was weer in volle glorie hersteld. Nog mooier dan de buitenkant is het schitterende interieur:

Op het plein voor het imposante Belfort is het altijd een geroezemoes van toeristengeluiden en paardenhoeven, ingelijst in een heerlijke aroma van Belgische wafels en paardenstront. Hier is het startpunt van de vele rondritten met koets en paard. Die dynamiek, de geluiden, uniek voor Brugge, en het is absoluut een beleving om dat onder het genot van een Luikse wafel met aardbeien en slagroom gewoon een kwartiertje te observeren. Hier een impressie:

Door het smalle straatje naast het Provinciaal Hof, langs de winkel van Käthe’s Kitcherige Kerstmeuk kom je op een plein met schitterende gevels, de ene nog mooier dan de andere. Op mijn lijstje stond vooral het stadhuis, want dat stond de vorige keer in de steigers. Ook hier was het lot mij gunstig gezind: de steigers waren weg!

Ik meldde dat het bezoek aan Brugge de op één na mooiste belevenis was deze zomervakantie, dus ik ben u nog het absolute hoogtepunt schuldig. De BINGOavond!

Als je dan eenmaal op zo’n park bent beland dan moet je ook optimaal de faciliteiten en activiteiten benutten. Alleen al vanuit antropologische interesse leek een Bingoavond mij een bijzondere belevenis. Speciaal voor deze gelegenheid had ik sandalen en witte sokken aangeschaft, dus ik was er helemaal klaar voor. Samen met dochter en schoonzoon toog ik naar het evenementencentrum. Ik zal u niet vermoeien met mijn observaties van de homo sapiens, en mij beperken tot het speltechnische deel. Of nee, wacht! Vóór wij begonnen werd er op elke tafel een flinke voorraad gruwelijk zoute nootjes neergezet. Het was wel duidelijk wat daarvan de intentie was. Binnen enkele minuten vlogen de eerste slachtoffers van zoutvergiftiging richting de bar voor een noodzakelijk antidotum. Ook ik… 3 kleine flesjes fris, 25 cl… dat is dan € 12,- meneer. Ik was dus buitengewoon gemotiveerd om minimaal met de hoofdprijs naar huis te gaan.

En het werd inderdaad een memorabele avond. Zo rond mijn 17e (ca. 1981) had ik voor het laatst echt gescoord. Bij een Rad van Avontuur kaapte ik toen voor de neus van alle aanwezigen toch maar mooi even een hamertje-tik-spel weg. Maar deze zomer werd de euforie van toen absoluut overtroffen. In de op één na laatste ronde was ik de eerste met Bingo, en daardoor de trotse winnaar van … een Rituals-set, mét body mud.

BINGO!!!

English version

BINGO

This year we were a bit late in planning our summer vacation. And then you don’t have many options left. Because one of the traveling companions is not yet interested in walking around for hours in a sweltering European city center, or climbing old church towers and then discovering after 368 sloping steps that there is a very dense net (shitted by birds), we chose this time for a ‘child-friendly holiday park’. You know what I mean. After hours of driving in circles on this exceptionally hospitable (no exit to be found), and we felt we had crossed several national borders, we came to the right house number. We entered the sauna, which they had furnished with a settee and several beds. There was even a kitchenette.

The highlight, except for one, was a visit to Bruges. A beautiful city, which I had already visited extensively about 5 years ago together with Minke. A return visit was absolutely necessary, because my presence in beautiful cities is always accompanied by renovations. The most beautiful building in town, that photo opportunity, is always under construction when I’m there. That was the case then, so a great opportunity to take those photos that failed then. We started at St. Salvator’s Cathedral, which was under construction on our previous visit. And yes, it had been restored to its full glory. Even more beautiful than the outside is the beautiful interior:

The square in front of the imposing Belfry is always a buzz of tourist noises and horse hooves, framed in a delicious aroma of Belgian waffles and horse shit. Here is the starting point of the many tours with carriage and horse. Those dynamics, the sounds, are unique for Bruges, and it is definitely an experience to just observe this for fifteen minutes while enjoying a Liège waffle with strawberries and whipped cream. Here’s an impression:

Through the narrow street next to the Provincial Court, past the shop of Käthe’s Kitchy Chtistmas stuff you come to a square with beautiful facades, each one even more beautiful than the other. On my list was especially the town hall, because it was under construction last time. Here too, fate was kind to me: the scaffolding was gone!

I reported that the visit to Bruges was the second most beautiful experience this summer, so I still owe you the absolute highlight. The BINGO night! Once you have arrived at such a park, you must also make optimal use of the facilities and activities. From an anthropological point of view, a Bingo evening seemed like a special experience to me. I had bought sandals and white socks especially for this occasion, so I was all set. I went to the event center with daughter and son-in-law. I will not bore you with my observations of the homo sapiens, but will limit myself to the game part. Or no, wait! Before we started, large bowls with horribly salty nuts were placed on every table. It was clear what the intention was. Within minutes, the first victims of salt poisoning flew to the bar for a necessary antidote. Me too… 3 small bottles of soda, 25 cl… that’s $ 12, sir. So I was extremely motivated to take home at least the top prize. And it was indeed a memorable evening. Around my 17th (about 1981) I had last scored a big prize. At a Wheel of Fortune evening I won a Pound and Tap Hammer Bench. But this summer, the euphoria of that time was absolutely surpassed. In the penultimate round I was the first with Bingo, and therefore the proud winner of … a Rituals set, with body mud.

BINGO!!!

R.I.P. 65-509…

(English version below)

65-509? Nee, dat nummer is slechts een bordje op een voorgoed naamloos graf. Kenny Freeling-Duke, dat was je echte naam. Een naam waar je trots op was.

Op maandag 25 april zou ik al heel vroeg bij Kenny zijn. Om 9 uur. Voor Kenny was dat heel vroeg. Omdat ik normaal gesproken altijd op dinsdagmiddag kwam had ik afgesproken dat ik om 8 uur de wekservice langs zou sturen. Rond half 9 werd ik gebeld dat Kenny helaas te ziek was voor onze afspraak. Omdat ik al bijna bij hem was ben ik toch even zijn kamer binnengelopen. Hij had last van zijn rug, benen en enkels, maar verder leek er niet veel aan de hand te zijn (alsof dat nog niet genoeg is, sorry). Heel erge spierpijn. Dat kwam vaker voor, maar het was serieus genoeg om de huisarts in te schakelen. In de loop van de dag kreeg Kenny problemen met zijn ademhaling. Dinsdag kwam de huisarts weer en belde mij dat ze morfine ging toedienen. Hij had veel pijn en was heel benauwd.  Die morfine zou zomaar Kenny’s einde kunnen betekenen. Later op de avond is hij overleden.  Waaraan? Kenny was 82, en al decennialang gebruikte hij harddrugs.

Op vrijdag 6 mei is hij begraven. Op de Nieuwe Ooster. Kenny is begraven door de Gemeente Amsterdam. Geen familie, geen verzekering, maar Amsterdam biedt iedereen een waardige uitvaart. Of de kleine aula groot genoeg was voor het aantal bezoekers, werd mij na het overlijden gevraagd. We waren met zijn drieën. Twee collega’s en ikzelf. Collega M. heeft Kenny 10 jaar lang begeleid, en hij was gek op haar. Haar naam kwam nog geregeld langs in onze gesprekken. Collega ‘M(2)’ kende Kenny vanuit hun gezamenlijke hobby: gebruiken van harddrugs. Hij is inmiddels 10 jaar clean. Diep respect, M. Je hebt veel meegemaakt, ook in de jaren na je gebruikersperiode, maar je bleef staande. En nu mag je het Leger des Heils als collega helpen om je ervaringen te delen en je collega’s te helpen, en daarmee onze cliënten. Niet vanuit de schoolbanken, niet vanuit de theorie, maar vanuit je eigen leven. Ik heb in dat ene uurtje na de uitvaart al weer nieuwe inspiratie gekregen, waarvoor dank!

Kenny heeft een zwaar leven gehad. Zijn gebruik kwam ergens vandaan, en persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat dit een gevolg was van zijn kinderjaren in een Jappenkamp.

Ik heb de diepe overtuiging dat elk mensenleven zinvol is. Door de trieste levensverhalen van veel van onze deelnemers twijfel ik daar weleens aan. Drie mensen op je uitvaart, Kenny. ‘Je bent pas dood als je naam niet meer wordt genoemd’. Daarom noem ik nu je naam, Kenny. We weten weinig over je leven, maar die paar foto’s die achterbleven laten zien dat ook jij belangrijk was voor mensen om je heen. En voor mijn voorgangers, voor mij, en voor de mensen die ik over jou vertelde.

Dit is een korte samenvatting van wat ik over je vertelde bij je uitvaart:

In Memoriam Kenny Freeling Duke

Kennedy Eduward Worgeham Freeling Duke. Wat had je een hekel aan die derde voornaam. Geboren op 29 februari 1940 (inderdaad, een schrikkelkindje) in Tegal in Nederlands-Indië, uit een Nederlandse moeder en een Britse vader. Kenny zat als 4-jarig weeskind, samen met zijn halfbroer in  een kamp in Indonesië. Rond 1960 vertrok Kenny naar Engeland, waar hij de Britse nationaliteit kreeg. Op 7 september 1969 trouwde hij in Pakistan met de Britse S.B. Op 5 februari 1970 werd hij in Amsterdam ingeschreven, en toen begon zijn Amsterdamse tijd. Hij heeft hier best een aantal gelukkige jaren gehad. Maar zijn drugsgebruik zorgde ervoor dat hij noodgedwongen van de ene plek naar de andere moest verhuizen. Ook de laatste jaren draaide zijn leven nog steeds om drugs, en geld. Vooral problemen met geld. Tot en met het laatste weekend, voordat hij vorige week dinsdagavond overleed. Van alle aanmaningen, dwangbevelen en brieven van deurwaarders had hij zijn kamer makkelijk kunnen behangen. Na Kenny’s overlijden ben ik op zoek gegaan naar familieleden. Dankzij Facebook heb ik nu contact met twee verre nichten van Kenny. Nicht D. heeft Kenny voor het laatst gezien toen ze 9 jaar was. Ze is nu 58. Decennia lang had Kenny geen contact met familie. Toen ik de nummers uit zijn telefoon en van de talloze briefjes in zijn kamer ging nabellen werd de trieste werkelijkheid bevestigd: vooral mede-gebruikers en snorders. Kenny strooide niet vaak met complimenten, maar als hij het deed, meende hij het ook echt. Als hij ergens een probleem mee had, dan liet hij het ook weten, en dan vlogen de Engelse krachttermen je om de oren. Maar vaak ook wel weer gevolgd door excuses. Mijn begeleiding draaide de laatste tijd vooral om geld, kunstgebitten en de scootmobiel. Maar vooral geld. Toen ik hem vertelde dat hij een bonus van € 800 energietoeslag zou krijgen had hij het al bijna uitgegeven. Hij kon verschrikkelijk boos worden als er iets was misgegaan op bureaucratisch vlak. En daar kreeg Kenny genoeg van voor zijn kiezen. Stapels formulieren omdat hij door de Brexit ineens geen ‘ingezetene van Europa’ meer was, en nota bene de hele aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning weer moest doorlopen… Hij was blij dat ik dat allemaal voor hem deed. En ik deed het graag voor hem. Eén ding zou hij na ontvangst van die 800 euro zeker hebben gedaan: naar het casino. Als Kenny een meevaller had, dan ging hij naar het casino. Hij ging dan net zolang door totdat hij weer platzak was. Maar hij had wel een mooie avond. Bij het opruimen van zijn kamer vond ik een fotoboekje. Wat had ik graag met hem die foto’s doorgenomen, om in ieder geval te weten welke mensen er belangrijk waren in zijn leven. Kenny, je had geen makkelijk leven. De start was al niet goed, en je hebt het zwaar gehad. Maar je was sterk, een vechter. Zelden heb ik een harddrugsgebruiker de leeftijd van 82 zien halen.
Je mag nu rusten,
Rest in peace, Kennedy Eduward … die laatste naam sla ik over, je had er zo’n hekel aan.

R.I.P. 65-509…

65-509? No, that number is just a sign on a forever nameless grave. Kenny Freeling-Duke, that was your real name. A name you were proud of.

I would be with Kenny very early on Monday April 25th. At 9 o’clock. That was very early for Kenny. Because I normally always came on Tuesday afternoon, I had agreed that I would send the wake-up service at 8 o’clock. Around half past eight I got a call that Kenny was unfortunately too ill for our appointment. Because I was almost with him, I walked into his room anyway. His back, legs and ankles were hurting, but there didn’t seem to be much else going on (as if that wasn’t enough, sorry). Very severe muscle pain. That happened more often, but it was serious enough to call the doctor. Over the course of the day, Kenny started having trouble breathing. On Tuesday the doctor came again and called me that she was going to administer morphine. He was in a lot of pain and was very short of breath. That morphine could just kill Kenny. He passed away later in the evening. To which? Kenny was 82, and he had been taking hard drugs for decades.

He was buried on Friday May 6. On the Nieuwe Ooster. Kenny is buried by the Municipality of Amsterdam. No family, no insurance, but Amsterdam offers everyone a dignified funeral. After his death, I was asked whether the small auditorium was large enough for the number of visitors. There were three of us. Two colleagues and myself. Colleague M. mentored Kenny for 10 years, and he loved her. Her name came up regularly in our conversations. Colleague ‘M(2)’ knew Kenny from their shared ‘hobby’: using hard drugs. He has been clean for 10 years now. Deep respect, M. You have been through a lot, also in the years after your period of drugs, but you stood your ground. And now you can help the Salvation Army as a colleague to share your experiences and help your colleagues, and therefore our clients. Not from school, not from theory, but from your own life. I got new inspiration in that one hour after the funeral, for which I thank you.

Kenny has had a hard life. His drug abuse came from somewhere, and I personally am convinced that this was a result of his childhood in a Japanese camp.

I am deeply convinced that every human life has meaning. Because of the sad life stories of many of our participants, I sometimes doubt this. Three people at your funeral, Kenny. “You are not dead until your name is no longer mentioned.” That’s why I’m calling your name now, Kenny. We know little about your life, but those few photos that were left show that you, too, were important to those around you. And for my predecessors, and for me, and for the people I told about you.

This is a short summary of what I told you about you at your funeral:

In Memoriam Kenny Freeling Duke

Kennedy Edward Worgeham Freeling Duke. You hated that third first name. Born on February 29, 1940 (indeed, a leap child) in Tegal in the Dutch East Indies, to a Dutch mother and a British father. As a 4-year-old orphan, Kenny was in a camp in Indonesia with his half-brother. Around 1960, Kenny left for England, where he obtained British nationality. On September 7, 1969, he married British S.B. in Pakistan. On February 5, 1970, he was registered in Amsterdam, and then his Amsterdam time began. He’s had quite a couple of happy years here. But his drug use forced him to move from one place to another. In recent years his life still revolved around drugs, and money. Especially money issues. Until the last weekend, before he passed away Tuesday night last week. He could have easily decorated his room with all the reminders, writs and letters from bailiffs. After Kenny’s death, I started looking for relatives. Thanks to Facebook, I am now in touch with two distant cousins ​​of Kenny. Cousin D. last saw Kenny when she was 9. She is now 58. For decades Kenny had no contact with family. When I called the numbers from his telephone and the countless notes in his room, the sad reality was confirmed: especially fellow drug users and cheap taxis. Kenny didn’t often give compliments, but when he did, he really meant it. If he had a problem with something, he would let you know, and the English expletives would fly all over you. But often followed by apologies. My coaching lately has mainly revolved around money, dentures and the scooter. But especially money. When I told him he would get a €800 energy surcharge bonus, he had almost spent it. He could become terribly angry if something had gone wrong on a bureaucratic level. And Kenny was fed up with that. Piles of forms because he was suddenly no longer a ‘resident of Europe’ due to Brexit, and he had to go through the entire application procedure for a residence permit again… He was happy that I did all that for him. And I loved doing it for him. He would have done one thing for sure after receiving that 800 euros: to the casino. If Kenny had a windfall, he’d go to the casino. He then kept going until he was broke again. But he did have a nice evening. While cleaning up his room, I found a photo album. How I would have loved to go through those photos with him, to at least know which people were important in his life.Kenny, you didn’t have an easy life. The start wasn’t good, and you’ve had a hard time. But you were strong, a fighter. Rarely have I seen a hard drug user reach the age of 82. You can rest now,

Rest in peace, Kennedy Eduward … I’ll skip that last name, you hated it so much.

R.I.P. Kheira

(English version below)

En dat is drie. In korte tijd heb ik drie keer afscheid genomen van mensen die mij op één of andere manier dierbaar waren. Gisteren stonden we aan het graf van Kheira. Voor de duidelijkheid: mijn contact met Kheira was heel beperkt. Af en toe ontmoetten we elkaar, en af en toe stuurden we elkaar berichtjes via Facebook. Een echte band had ik niet met haar. Maar bij haar uitvaart moest ik aanwezig zijn. Dat voelde zo.

Kheira ligt in de aula van St. Barbara op een baar, gewikkeld in doeken. Heel indrukwekkend. Zelfs in de dood lacht ze. Maar haar leven was getekend door verdriet.

Ontvangst om 11 uur is wat Gerard betreft ook ‘beginnen om 11 uur’. Hij begint alvast te zingen: ‘Als alles duister is…’. Luc vertelt hem dat de dienst pas op 11.30 uur begint. Het blijft dus bij een halve zin. Even later vind hij dat het haar van Yvonne niet goed zit, en begint in zijn binnenzak naar een kam te graaien. Gerard is nadrukkelijk aanwezig, en dat zou de hele dienst zo blijven.  Een bijeenkomst waar de Straatklinkers bij aanwezig zijn is altijd speciaal. Zij negeren alle regels en protocollen, en zijn puur en spontaan, vrij van elke schaamte. Midden in een overdenking van een (officiële) spreker geven ze hun mening. Ik hou daar zo van. Voor mij was het ook een weerzien met mensen die ik al zeker twee jaar niet had gezien, gesproken en geknuffeld. Ik mag naast Ton zitten. Voor een knuffel met Ton moet ik altijd op mijn tenen gaan staan. Hij vindt het fijn dat ik naast hem zit. In zulke beladen diensten vindt hij het fijn om naast ‘een maatje’ te zitten. Hij had vandaag graag trombone willen spelen, maar hij heeft de laatste dagen zo vreselijk hard geoefend dat hij nu ‘vreselijke pijn aan zijn bakkes’ heeft.
Om kwart over 11 laat Gerard luidkeels weten dat het wat hem betreft inmiddels wel half twaalf is. Hij was er al om 9 uur, laat hij ons weten. Een paar minuten later laat hij ons met luide stem weten dat wat hem betreft ‘Alles nog steeds duister is…’.

Mijn gedachten gaan naar afgelopen maandag. Het is een soort ongeschreven regel dat het aantal overlijdensadvertenties in de kranten en het aantal aanwezigen op je uitvaart een afspiegeling zijn van hoe belangrijk je was in het leven. Jaap had ooit honderden vrienden, zat in zo ongeveer elke commissie in Amsterdam, maar bij zijn afscheidsdienst in de kerk zaten 40 mensen, en bij de crematieplechtigheid 24. Ik tel om mij heen minimaal 75 mensen. Voor Kheira, verloren van het leven, die zich de laatste jaren bewoog onder de vleugels van het Leger des Heils, en het Straat- en Drugspastoraat. Zoveel belangstelling, een beter bewijs dat deze mensen niet minder zijn dan anderen krijg je niet.

De begrafenisondernemer dekt Kheira toe, en blaast de kaarsen uit, als symbool voor haar levenseinde. We beginnen de afscheidsdienst met het prachtige lied ‘Als alles duister is…’, een lied dat steeds herhaald wordt. Naast mij neuriet Ton een zelfbedachte tweede wijs. Zijn muzikaliteit raakt me. Na 4 keer brult Gerard: ‘Ja, genoeg’.
Luc leidt de afscheidsdienst. Lange tijd was Luc Straatpastor in Amsterdam, en Kheira en hij hebben vele gesprekken gevoerd, ook over Kheira’s einde. Leden van de Straatklinkers mogen de kaarsen weer aansteken, als symbool van haar nieuwe leven, in het hiernamaals. Luc vertelt over Kheira’s leven en haar worsteling. Een zeer moeilijke jeugd. Haar moeder overleed toen ze 13 was. Kheira vocht zich door MAVO, HAVO, VWO en ging Sociale Wetenschappen studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In het tweede jaar kreeg ze een hersenbloeding. Lange tijd lag ze in coma, en ze werd opgegeven door de artsen. Ze vocht zich terug, en wilde blijven vechten tot ze weer kon gaan studeren, trouwen en kinderen krijgen. Toen bleek dat dat niet meer haalbaar was, wilde ze niet verder leven. Ze was daar duidelijk over, het was geen geheim. Wat haar tegenhield (als moslima) was de onzekerheid over het oordeel ná dit leven. Uiteindelijk vertrouwde ze op de barmhartigheid van God, mede door gesprekken hierover met Luc. Toen ze die rust kreeg koos ze voor euthanasie. De dag ervoor nam ze afscheid van haar vrienden, bij de filosofiegroep.      

Aan het eind van de dienst zingen de Straatklinkers ‘Laat me, laat me m’n eigen gang maar gaan’, het favoriete liet van Kheira. U begrijpt waarom.

Veel mensen zeggen nog een paar mooie afscheidswoorden. Een geestelijk verzorger zingt met een prachtige stem een vers uit de Koran. Youssef raakt mij, raakt ons allemaal met zijn woorden: ‘Het was de barmhartigheid van God om Kheira te laten doen wat zij graag wilde’.

Voordat Kheira naar buiten wordt gedragen zingt Marcel speciaal voor Kheira ‘Way down, Moses – Let my people go’. De rest van de Straatklinkers vallen al snel in. Gerard geeft op volumestand 10 zijn ongezouten mening: ‘Dat is toch een lied over Mozes, een christelijk lied. Kheira was moslima, dan kun je toch zo’n lied niet zingen’.

De begrafenis werd op een gruwelijke manier verstoord door R. Al tijdens de dienst in de aula liet hij zich horen. Vreselijke dingen heeft hij geroepen, waardoor de woorden van Luc bij het graf nauwelijks hoorbaar waren. Ik heb R. in het verleden vaak ontmoet. Ik zou zo graag willen zeggen dat ook hij een mooi mens is, maar ik kan het niet opbrengen.

Ik sluit af met een paar woorden van Kheira zelf, geschreven bij Kantlijn:
De heg is het huis van de mus,
De mus is het huis van dons,
En wij zijn het huis van ons

Kheira, eindelijk verlost van je pijn

R.I.P. Kheira

And that’s three. In a short period of time I said goodbye to three people who were dear to me in one way or another. Yesterday we stood at Kheira’s grave. To be clear: my contact with Kheira was very limited. Occasionally we met, and a couple of times we texted each other by Facebook. I had no real connection with her like friends have. But I had to attend her funeral. That’s how it felt.

Kheira lies in the auditorium of St. Barbara on a wooden gurney, wrapped in cloths. Very impressive. Even in death she smiles. But her life was marked by grief.

As far as Gerard is concerned, reception at 11 a.m. also means ‘starting at 11 a.m.’. He starts to sing: ‘When everything is dark…’. Luc tells him that the service doesn’t start until 11:30 am. So it’s only half a sentence. Moments later, he finds that Yvonne’s hair is not in the right place, and starts to reach for a comb in his inside pocket. Gerard is emphatically present, and would remain so throughout the service. A meeting attended by the Straatklinkers is always special. They ignore all rules and protocols, and are pure and spontaneous, free from any shame. They give their opinion in the middle of a speech by an (official) speaker. I love that so much. For me it was also a reunion with people I had not seen, spoken and cuddled for at least two years. I can sit next to Ton. For a hug with Ton I always have to stand on my toes. He likes me sitting next to him. In such sensitive moments he likes to sit next to ‘a buddy’. He would have liked to play the trombone today, but he has been practicing so terribly hard the last few days that he now has ‘terrible pain in his beak’.

At a quarter past 11 Gerard loudly announces that as far as he is concerned it is now half past eleven. He was already there at 9 o’clock, he let us know. A few minutes later, he lets us know in a loud voice that as far as he’s concerned, “Everything is still dark…”.

My thoughts go to last Monday. It’s kind of an unwritten rule that the number of obituaries in the papers and the number of people attending your funeral are a reflection of how important you were in life. Jaap once had hundreds of friends, was a chairman or a member in just about every committee in Amsterdam, but there were 40 people at his farewell service in the church, and 24 at the cremation ceremony. I count at least 75 people around me. For Kheira, lost of life, who in recent years has moved under the wings of the Salvation Army, and the Street and Drug Ministry. So much interest, you can’t get better proof that these people are no less than others.

The undertaker covers Kheira and blows out the candles, symbolizing her end of life. We start the farewell service with the beautiful song ‘When everything is dark…’, a song that is repeated over and over. Next to me Ton hums a self-invented second tune. His musicianship touches me. After 4 times Gerard roars: ‘Yes, enough’.

Luc leads the farewell service. Luc was the street pastor in Amsterdam for a long time, and he and Kheira had many conversations, also about Kheira’s end. Members of the Straatklinkers are allowed to light the candles again, as a symbol of her new life, in the afterlife. Luc talks about Kheira’s life and her struggle. A very difficult childhood. Her mother died when she was 13. Kheira battled through MAVO, HAVO, VWO and went on to study Social Sciences at the University of Amsterdam. In the second year she suffered a brain haemorrhage. For a long time she was in a coma, and she was given up by the doctors. She fought back, and wanted to keep fighting until she could go back to college, get married, and have children. When it turned out that this was no longer feasible, she did not want to continue living. She was clear about that, it was no secret. What held her back (as a Muslim) was the uncertainty about the judgment after this life. In the end she trusted in the mercy of God, partly through conversations with Luc about this. When she got that rest, she opted for euthanasia. The day before, she said goodbye to her friends at the philosophy group.

At the end of the service, the Straatklinkers sing ‘Let me, let me do my own thing’, Kheira’s favorite song. You understand why.

Many people say a few nice parting words. A spiritual counselor sings a verse from the Quran in a beautiful voice. Youssef touches me, touches us all with his words: ‘It was the mercy of God to let Kheira do what she wanted’.

Before Kheira is carried outside, Marcel sings ‘Way down, Moses – Let my people go’ especially for Kheira. The rest of the Straatklinkers soon fall in. Gerard gives his unvarnished opinion on volume setting 10: ‘That is a song about Moses, a Christian song. Kheira was a Muslim, so you can’t sing such a song.”

The funeral was horribly disrupted by R. He made himself heard during the service in the auditorium. He has shouted terrible things, so that Luc’s words at the grave were barely audible. I have often met R. in the past. I’d love to say he’s a beautiful person too, but I can’t bring myself to.

I close with a few words from Kheira herself, written at Kantlijn:

The hedge is the house of the sparrow,
The sparrow is the house of down,
And we are the house of ours

Kheira, finally freed from your pain