Welke zin is je bijgebleven?

Een prachtige blogopdracht:
– Welke mooie zin van een ander is je het meeste bijgebleven?
– En welke lelijke zin?
– En welke verdrietige zin?
Ik heb zo vreselijk veel mooie gesprekken gehad, dat ik zou moeten kunnen putten uit een zeer omvangrijke database aan ‘gesproken juweeltjes’. Er is dus een grote kans dat ik me na het schrijven van deze blog nog veel mooiere zinnen herinner dan ik nu aan het papier toevertrouw.

Laat ik beginnen met de eerste: Welke mooie zin van een ander is je het meeste bijgebleven? Daar hoefde ik niet zo lang over na te denken. Ik weet zelfs de exacte datum nog: 10 oktober 1986. En de zin luidde: “Ja, ik wil”.
Zo, ik heb weer even geregeld dat ik vannacht niet op de bank hoef te slapen. Terug naar de zin die mij ook is bijgebleven. Ik ben een paar jaar werkbegeleider geweest bij een dagbestedingsproject van het Leger des Heils. Een inpakafdeling. Gevangeniswerk, noemden sommige mensen het, maar het was veel meer dan dat. Het was een plek waar mensen die verloren hadden van het leven weer een kans kregen. Waar mensen die er in de maatschappij niet meer bij horen, wel gezien werden. Vaak bestond het werk uit bundelen van 5, 10 of 25 hoekijzertjes met een tie-wrap.

We lieten het hele proces zoveel mogelijk over aan de deelnemers zelf: het bundelen, het controleren van de aantallen, het vullen van de doosjes, het stapelen van het pallet, enzovoorts. Ik stond over het algemeen gewoon aan de tafel mee te werken, en ondertussen slap ouwehoeren, of een goed gesprek voeren. Vaak gingen we dan even in kantoor zitten om verder te praten. Het gesprek met J. vond plaats aan de werktafel, boven een flinke berg stoelhoekjes. De pauze was al begonnen, maar wij waren net met een goed gesprek bezig. Op enig moment zei J.: “Aart, ik ben opgegroeid zonder vader. Als ik had mogen kiezen had ik een vader willen hebben zoals jij”. Ik schoot vol en moest huilen. J. troostte me. Ik denk nog vaak aan dit moment terug.

Dan eerst even de meest verdrietige zin. Ook die wist ik direct te herinneren. Ik heb daar al een keer een blog over geschreven. Het is al jaren geleden. Op Station Sloterdijk werd ik benaderd door Pepijn. Dat hij zo heette wist ik toen nog niet. Pepijn was één van die daklozen die echt bedelde. De meeste mensen wuifden zijn vragende hand weg. Ik ging, zoals meestal, het gesprek aan. Niet alle daklozen zijn daarvan gediend, en lopen dan uit zichzelf weg. Snel wat geld scoren, en verder. Pepijn had tijd, en wilde praten. Ik kreeg zijn levensverhaal te horen, en de moeilijke band met zijn moeder. Als ik voorstel om eens een keer contact met haar te zoeken, omdat ze hem misschien wel mist, omdat ze misschien wel heel veel van hem houdt, wendt hij zijn blik af en zegt: “Er is niemand die van mij houdt”. Die verdrietige zin is op mijn trommelvliezen gebrand.
https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2011/02/25/er-is-niemand-die-van-me-houdt%e2%80%a6/

En dan de lelijke zin. Dat was wat lastiger, want hier kom ik in het gebied van dingen die zelfs ik niet op internet deel. Eén pijnlijk voorval heb ik ooit gedeeld in een blog (https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2018/05/20/de-gevolgen-van-een-kapotte-pen/). Omdat degene die mij pijn had gedaan inmiddels al een aantal jaren was overleden.

Waar ik heel gevoelig voor ben, is als mensen goede intenties in twijfel trekken. Als ze vooroordelen hebben, en daar niet vanaf te brengen zijn. Ik maakte iets dergelijks mee na een TV-uitzending waarin ik iets mocht vertellen over mijn vriendschap met Ronnie in de dodencel. Na de uitzending ontstond er een gesprek met iemand anders die ook in de uitzending zat, een Bekende Nederlander. Hij stelde veel vragen, maar achter elke vraag zat een vooroordeel. Toen ik hem vertelde dat ik Ronnie periodiek geld stuur, wilde hij weten hoeveel. Hij vroeg mij toen: “Maar hier in Nederland zijn heel veel mensen dakloos. Zou dat geld hier niet veel beter besteed zijn?”. Die zin deed mij pijn. Als ik zeker weet dat iemand oprecht naar mijn argumenten wil luisteren, dan vertel ik mijn visie. In dit geval heb ik mijn mond gehouden en nog een flinke hap genomen van de tijdens de uitzending door hem gemaakte ratatouille. Soms proef je aan eten of het met liefde is gemaakt…

Hoe kunnen wij de (alternatieve) zomervakantie invullen?

Ja, dat is een uitdaging. Niet alleen deze blog, maar zeker ook die vakantie. We zullen dus eerst wat zaken moeten vaststellen. Wanneer heb je vakantie? Wat zijn de belangrijkste voorwaarden? Een hele belangrijke: niet hoeven werken. Maar dat geldt niet voor iedereen. Pensionado’s zouden dan altijd vakantie hebben, en dus niet ‘op vakantie’ kunnen. En de mensen die noodgedwongen niet (kunnen) werken zouden dan ook geen vakantiegevoel krijgen.

Een andere voorwaarde / omschrijving: Tot rust komen in een andere omgeving. Om geen problemen te krijgen met mijn lezers heb ik even meneer van Dale gebeld en die gaf mij drie omschrijvingen:
1. periode waarin geen lessen worden gegeven;
2. jaarlijks toegekende vrije tijd voor werkenden;
3. reis naar en verblijf elders voor zijn plezier;

Dan zat ik er niet ver naast, gelukkig. Dus: tot rust komen in een andere omgeving, elders. Maar wat is elders? Voor mij persoonlijk geldt dat ik pas echt een vakantiegevoel krijg als ik de Nederlandse grens achter me laat, en in een ander landschap en andere bebouwing terecht kom. Buitenland. Hoe groot is de kans dat we deze zomervakantie in het buitenland door kunnen brengen? Niet heel groot. Er gaan wel wat vliegtuigen, maar de meeste hotels zijn niet open. Je moet dus het geluk hebben van een tweede huis in een land waar nog een vliegtuig landt.

In dit, overigens dwingende, advies ga ik er vanuit dat wij onze vakantie in eigen land doorbrengen. Dwingend? Ja, want op die ene dag dat ik de baas van de wereld was (https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2020/04/20/welke-3-dingen-zou-je-veranderen-als-je-een-dag-de-baas-van-de-wereld-zou-zijn/) is dus ook bepaald dat de hierna te noemen maatregelen verplicht zullen worden opgelegd. Overigens, als u hierover wilt klagen, ga dan naar de vice-president, want het was haar idee.

Het eerste plan was om bij de uiteindelijke variant uit te gaan van vrijwilligheid. Heel veel ruimte in ons land is niet bebouwd en kan prima als kampeerplek dienen. In de tuin van het landgoed van John de Mol is plaats voor ongeveer 30 gezinnen, met inachtneming van voldoende afstand. Dit idee is echter van tafel geveegd omdat er onvoldoende sanitaire voorzieningen zijn. Hij heeft slechts 6 badkamers, en dat is dus niet toereikend.

Ik draai er niet langer omheen. Er is besloten tot een eigenlijk heel voor de hand liggende maatregel: we schuiven allemaal één huis op. Er is even overwogen om twee huizen op te schuiven, vooral voor die buren die gewoon in elkaars tuin kunnen kijken; er is dan niet echt sprake van ‘een andere omgeving’. Bij het doorschuiven van twee huizen komt echter het dilemma, dat je elkaar bij het doorschuiven gaat passeren. U ziet: er is echt over nagedacht.

We hebben bij het van tafel geraakte voorstel van ‘vrijwillige woningruil’ ook geprobeerd een app te (laten) ontwikkelen, maar dat is helaas op een vreselijke mislukking uitgelopen. Een aantal essentiële vragen wil ik u niet onthouden:
– maken uw buren zich schuldig aan: keihard boeren / luidruchtige winderigheid / muziek van André Rieu *)
*) doorhalen wat niet van toepassing is
Om enkele van deze redenen zou mijn huis weinig populair zijn.

En voor de duidelijkheid: er komt geen helpdesk, geen klachtenlijn, geen contactformulier. Los, als goede buren, de eventuele problemen samen op. Daar gaat het om tijdens deze crisis: samen. Dus als de buren die nu in jullie huis wonen al verf in huis hebben om tijdens de vakantie hun kozijnen mintgroen te schilderen, met een oranje rand: laat het gewoon gebeuren. Het staat waarschijnlijk prima bij uw gordijnen. Wordt er ineens een buitenbarbecue gemetseld in uw tuin: eigenlijk had u die al lang willen hebben, toch? En vergeet niet: dit is uw kans om de tuin van de buren eens goed onder handen te nemen. U moet er tenslotte na de zomervakantie ook naar kijken. Dus bestel alvast die snelgroeiende woekerende bramenstruik, dat hok met hangbuikzwijn, en dat buitenterrarium met vogelspinnen. Of bestel voor je tijdelijke huis een leuk zwembadje:

Fijne vakantie!

Omzien naar elkaar na Corona

Eerlijk gezegd ben ik nog helemaal niet bezig met ‘na Corona’. Ik ben absoluut een pessimistisch mens, altijd al geweest. Ik volg op TV en internet de positievelingen, de doemdenkers, de deskundigen, de virologen, en mijn beeld is nog helemaal niet positief. Ja, het aantal patiënten op de IC’s zakt elke dag een klein stukje. Ook het aantal doden per dag zakt, maar dan ineens… weer een hoger aantal doden. Hoe lang duurt dit nog? Ik maak me zorgen. Ik ben één van die mensen die zich behoorlijk goed houdt aan de zelfverkozen ophokplicht. Ik ben al bijna drie maanden niet meer in het mij zo geliefde Amsterdam geweest. Maar wat gebeurt er als ik straks weer wordt losgelaten, te midden van al die andere mensen die geen Corona hebben gehad, niet immuun zijn? Komt er dan een tweede golf?

En waar ik me ook heel veel zorgen over maak: al die mensen in de zorg die al wekenlang op hun tenen lopen. Die shifts draaien van 12 uur, die dagelijks soms meerdere keren worden geconfronteerd met de dood, met de wanhoop van er niets aan te kunnen doen. Het kan toch bijna niet anders of een aantal van deze mensen gaat straks omvallen, instorten. En dan waarschijnlijk precies op het moment dat al die mensen op de stoep staan die hebben gewacht met hun medische traject omdat Corona terecht voorrang had.

Fotograaf: Paolo Miranda

Ik hoop van harte dat we de goede dingen vasthouden die deze crisis ons heeft gebracht. De saamhorigheid, het respect voor ondergewaardeerde beroepen. Er zijn veel meer digitale persoonlijke contacten. Laten we dat vasthouden en waar mogelijk, zodra het weer kan, elkaar persoonlijk opzoeken, en weer knuffelen.

Ik noemde het al, ik ben een pessimist, en kan van alles bedenken over hoe het gaat als we weer ‘alles mogen’. Misschien gaan we binnen de kortste keren terug naar hoe we waren voordat de Corona-crisis kwam. Dat de opgebloeide barmhartigheid als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Maar zullen we nu gewoon een afspraak maken? Dat we ons best gaan doen om dit vast te houden? Ik mis in de media de verhalen van de mensen die door deze crisis iets hebben ontdekt wat ze lang hebben gemist: rust, geborgenheid, een vadergevoel, een onontdekt moederinstinct, creatieve talenten. Het kan niet anders of er zijn mensen die zoiets hebben meegemaakt. Het fenomeen dat bij veel vakantiegangers optreedt: de eerste paar dagen helemaal uit je ritme, soms zelfs echt ziek, en dan eindelijk na een week komt er een rust over je die je bijna een jaar lang niet hebt ervaren.

Lieve mensen, hou dit saamhorigheidsgevoel vast. Het is zo mooi om er voor anderen te zijn. Het is zo mooi om die dankbaarheid te zien, te voelen, te ontvangen. Laat die ander merken dat je hem of haar echt hebt gemist, en ga er straks eens wat vaker heen. Geef de mensen om je heen eens wat vaker een knuffel. Zeg iets aardigs. Die mevrouw van nummer 220 bij mij in de straat legt elke twee weken een Snickers op het deksel van de vuilniscontainer. Gewoon, als waardering. Hulde! Of doe eens gek en word vrijwilliger, of buddy. Je maakt iemands leven een heel stuk mooier, maar zeker ook dat van jezelf! Geloof me, jouw verhalen op verjaardagen zijn dan een stuk leuker dan waar je nu de familie mee verveelt. Of maak een carrière-switch.

Ik moet ineens denken aan een filmscène die ik ooit heb gezien. Volgens mij was het een comedy. Een soldaat in een loopgraaf (Stan Laurel? Charlie Chaplin?) die nog steeds niet weet dat de oorlog al lang is afgelopen. Zouden er mensen zijn die oma straks niet vertellen dat de crisis voorbij is? Zodat ze het moment dat ze met de opstandige kleinkinderen naar oma toe moeten nog even kunnen uitstellen. Ja, mensen, ik heb ook een hele slechte kant… Dat dit bij mij opkomt, ik schaam me.

De scholen gaan weer open. Voor wie is dat belangrijk?

Mijn tijdelijke aanwezigheid op Facebook is met name ingegeven door deze blog-challenge. Mijn langdurige afwezigheid had als voornaamste reden de zinloze, stompzinnige, respectloze discussies waar ik ongewenst steeds in terechtkwam. Waarom moet het altijd gaan over ‘gelijk willen hebben’ in plaats van lekker stevig discussiëren met respect voor elkaars standpunten. En dan het zinloze scrollen door mijn tijdlijn. Oeps… weer een half uur verder. En nog steeds geen kattenfilmpje. Dus na deze challenge ben ik weer weg. En ik lees bijna nooit de comments, sorry. Het is zo jammer dat mijn lezers het bijna altijd met mij eens zijn. Daarom nu eens een poging om wat mensen tegen de schenen te schoppen.

Terug naar het onderwerp. We zitten nog steeds midden in de Corona-crisis. Ik behoor niet bij die groep die vindt dat het op zijn eind loopt. Ik heb inmiddels wel heel veel respect gekregen voor Mark Rutte. Ik bewonder zijn presentatie. Ga maar eens op zijn plaats staan. Hij krijgt bakken kritiek over zich heen, net als minister Koolmees, en straks na de crisis wordt absoluut geprobeerd om diverse Haagse koppen af te hakken. Gisteravond was er een man in de uitzending van Op1. Aan tafel zat o.a. burgemeester Aboutaleb van Rotterdam. Deze man, met een groot aantal horeca-ondernemingen, was boos. Niet zozeer boos omdat het hem heel veel geld kost (ik moet zeggen: hij had een goed, eerlijk verhaal), maar omdat de overheidssteun ineens ongeveer 25% minder bleek te zijn dan door minister Koolmees was toegezegd / gesuggereerd. Ik begrijp zijn frustratie. Maar Aboutaleb stelde een hele goede vraag, die ik pas gisteravond voor het eerst hoorde: “Had u liever Rutte horen zeggen dat uw zaak weer open mocht?”. En de man twijfelde net iets te lang. Want laten we eerlijk zijn: dat willen de meeste eigenaars, en potentiële bezoekers natuurlijk. Als Rutte, samen met van Dissel van het RIVM, de keiharde noodzaak uitlegt van de anderhalvemetersamenleving, maar het aan onszelf overlaat of we er ons aan houden, dan gaan morgen de meeste horecazaken weer open en zitten we weer kruk aan kruk aan het bier.

Ik laat me weer gaan, terug naar de opdracht…

De scholen zijn weer open, en ik hoorde vandaag zeggen dat ze nog voor het einde van dit schooljaar mogelijk weer helemaal open gaan. Hoe de scholen dit denken te realiseren? Ik heb geen idee. De randvoorwaarden maken dat m.i. onmogelijk. Ik vraag me dus af wiens belang bij de discussie in Den Haag het belangrijkste gespreksonderwerp was. Als ik de woorden van de premier en alle gesprekken aan de tafels van de echte regering (de TV-shows) op me in laat werken dan blijft vooral ‘het belang van de ouders’ hangen. Dat heb ik als rode draad eruit gefilterd. Het belang van de ouders. O ja, die hebben het zwaar, zeker als ze allebei werken. Ik ben de laatste om dat te ontkennen. Voor veel ouders is het heel lastig om werk en kinderen beiden genoeg aandacht te geven. En er zijn kinderen die strontvervelend het bloed onder je nagels vandaan halen als je zelf de hele dag in de buurt bent. Heel veel kinderen kunnen zichzelf niet zo goed vermaken. Misschien wel omdat het hen nooit is geleerd. Heel veel ouders zijn er niet zo goed in om dingen samen te doen met hun kinderen, spelletjes, knutselen, bouwen met LEGO (of als je echt wanhopig bent: spelen met Playmobil).

We moeten ons uiterste best doen om onze economie weer op gang te krijgen. Daar hebben we die ouders keihard bij nodig. Maar tegen welke prijs? Ten koste van wat? Je baan kwijtraken is volgens mij nog steeds minder erg dan doodgaan. We gaan er altijd maar vanuit dat onze maatschappij ‘maakbaar’ is. Misschien dat deze crisis ons laat merken dat dat niet het geval is. Mogen kinderen leerachterstand oplopen? Als we het kunnen voorkomen: nee! Maar deze Corona-crisis is misschien wel wat ‘te groot’. En ik ben er absoluut van overtuigd dat geen van deze kinderen daar blijvende schade aan overhoudt. Ja, ze kunnen mogelijk een jaar later aan hun wereldreis beginnen als ze zijn afgestudeerd. O, wat erg.

Nog iets wat me van het hart moet: wat te denken van al die kinderen die nu uit beeld zijn, omdat de ouders hen niet kunnen helpen omdat ze de Nederlandse taal niet beheersen? Dat is één van de dingen die pijnlijk duidelijk worden door deze crisis. Ik weet de oplossing niet. Maar als je als voorwaarde stelt dat de kinderen thuis ‘gewoon’ doorleren, dan moeten de randvoorwaarden ook zijn ingevuld. En minimaal één ouder die de taal beheerst, is dan m.i. wel het minste.

Ik hoop van harte, dat het vooral blijft gaan om de volksgezondheid.

Welke kunstenaar had jij, of zou jij willen zijn?

Deze vraag/opdracht kreeg ik van een veel te laat ontdekte kunstschilderes uit Amsterdam. Geïnspireerd door de zoektocht van Jeroen Krabbé naar Marc Chagall (eigenlijk Movsja Zacharovitsj Sjagal; ja, dat wist u ook niet, hè?) vroeg zij zich af welke kunstenaar uit het verleden ik graag had willen zijn. Om zijn/haar levensstijl of zijn/haar reizen, tekeningen, schilderijen? Om zijn/haar rijkdom of juist armoede?

Een hele fijne schrijfopdracht. Ik voel me door deze blogsessies af en toe net als toen ik ooit op de MAVO schriftelijk examen Nederlands moest doen. Ik hoefde overigens maar enkele seconden te denken om mijn keuze te maken. U denkt misschien aan Michelangelo, Rembrandt, Rubens, Van Gogh, of aan beeldende kunstenaars. Ik niet. Ik ben een groot bewonderaar van Jopie Huisman. Wie? Ja, Jopie Huisman. Hij kwam op 18 oktober 1922 in Workum in Friesland ter wereld als Jotje Huisman. Met zo´n voornaam ben je als kunstenaar natuurlijk volledig kansloos. Ooit een beroemde kunstenaar met de voornaam Jotje ontmoet? Of Tineke? Of Bram? Precies, dus op enig moment werd besloten dat hij Jopie heette.

Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het eerst met zijn werk werd geconfronteerd. Wel weet ik nog dat ik verrast was toen ik de man achter die schilderijen voor het eerst in levende lijve zag. Nou ja, op TV. Overigens is het enige wat ik me nog echt herinner uit die uitzending het feit dat Jopie zich zijn hele leven niet met zeep heeft gewassen. Tenminste vanaf het moment dat moeder Huisman het niet meer mocht doen. Alleen daarom al is hij mijn held. Ik weet niet of u dat ook doet, maar ik maak me altijd een voorstelling bij mensen waarvan ik niet weet hoe ze eruit zien, en heel vaak klopt dat plaatje totaal niet met mijn eigen idee. Mijn beeld van Jopie klopte precies met de indruk die ik van hem had.

Jopie woonde niet aan een grachtenpand in Amsterdam. Voor zover nu bekend had hij ook geen schildersleerlingen die werken maakten waar Jopie rechtsonder zijn handtekening zette. Jopie woonde in een eenvoudig huis, en je trof hem vooral aan in de natuur, vaak op een bootje. Zo te kunnen leven, wat heerlijk. Volgens mij was Jopie zielsgelukkig, zonder een dikke villa in Gooi, luxe motorjacht of vaste plek aan tafel in zo’n beetje elke talkshow op TV.

Ter afsluiting een kleine passage uit het dagboek van Aart Huisman, beter bekend als de beroemde stilleven-schilder ‘Jotje’:
“Vanmorgen om half vijf rolde ik uit de bedstee. Nadat ik mijn kop onder de koude kraan had gehouden heb ik in de tuin mijn pijp gestopt. Voor de nieuwsgierige lezer: ik slaap altijd met mijn kleren aan. Op vrijdag ruil ik mijn plunje om. In mijn bootje gestapt en één van mijn fuikjes gelicht, en thuis de vis schoongemaakt. Een heerlijk klusje om zes uur ‘s morgens. Homp brood met spekvet naar binnen gewerkt.

Vreemd, dat spul smaakt naar vis. Om een uur of 9 was ik bij Hoite. Die beste man zit daar maar allenig in zijn woninkje. D’r komt nooit iemand. Ik heb gevraagd of ik hem mag schilderen. Vandaag zijn we begonnen. Wat een gezellige vent. Z’n sokken zijn nog gebreid door z’n oma. M’n oren komen nu pas een beetje tot rust. Wat kan die man kletsen. Mooie verhalen. Nog voor het middageten stond de Beerenburg op tafel. Straf spul, en Hoite verslikte zich en rochelde een straal pruimtabak over tafel, over mijn schets. Ik kon weer opnieuw beginnen. Morgen ga ik weer naar hem toe, met een maaltje aal”.

Ja, een leven als dat van Jopie. Eerst maar eens leren tekenen…

Wat is jouw bericht aan toekomstige generaties?

Deze vraag komt van heel ver, uit een plaats waar kinderen heel anders opgroeien dan in West-Europa. We horen hier vaak zeggen: “Wat ben ik blij dat mijn wiegje hier in Nederland stond”. Het is absoluut een feit dat je levensloop voor een groot deel afhankelijk is van de plaats waar je ter wereld komt. Ik wil me dan in deze blog graag beperken tot een paar universele ‘adviezen’. Het voelt best ongemakkelijk. Wie ben ik dat ik toekomstige generaties zou mogen adviseren? Ik doe toch een poging, en uiteraard: het is mijn persoonlijke visie. Je hoeft het er niet mee eens te zijn.

Ik wil beginnen met iets waar (hele) jonge mensen al mee kunnen beginnen. Respect voor anderen, voor andermans mening, andermans gedrag. Kinderen, jongeren kunnen keihard zijn voor elkaar. Gepest worden, gekwetst worden kan vreselijk veel pijn doen, en die pijn kan jaren lang blijven hangen. Ik heb niet de illusie dat het ooit ophoudt, maar we moeten onze kinderen blijven wijzen op het belang van wederzijds respect. Als je als kind in het klein ongestraft anderen kunt beschadigen, dan is de verleiding groot om dat later ook te doen. Binnen het onderwijs moeten we daar ook in blijven investeren. Als we dan de jongeren los moeten laten, dan gaan ze hopelijk in die geest verder. Ik heb een aantal jaren geleden twee keer mee mogen doen aan Challenge Day *) (‘Over de streep’), met de originele Amerikaanse crew. Ik heb daar heel veel pijn en verdriet gezien, maar ook heel veel veranderingen in gedrag, het ontstaan van respect voor elkaar.
*) Challenge Day bewijst al meer dan 25 jaar dat het een krachtig verschil kan maken in het leven van jongeren. De Challenge Day is een workshop-dag die gericht is op:
Bewustwording van eigen gedrag en gevoelens;
– Meer begrip voor het gedrag en de gevoelens van anderen;
– Respect voor jezelf en anderen.

Mijn tweede advies: probeer realistisch te blijven. Ambitieus zijn is prima. Hou dat vooral vast. Ontdek en gebruik je talenten. Maar: laat je niet gek maken door mensen die zeggen dat je alles kunt worden, dat je alles kunt bereiken als je het ECHT wilt, en maar goed genoeg je best doet. Dat is simpelweg niet waar. Ik noemde al eerder de plaats waar je wiegje heeft gestaan. Maar daarnaast zijn er zoveel factoren die bepalen waar je uiteindelijk terecht komt. En die factoren heb je niet allemaal zelf in de hand. Laat je niet wijsmaken dat dat wel zo is. Ja, je kunt foute keuzes maken in het leven. Maar geluk en pech heb je echt niet zelf in de hand. Nogmaals: probeer het vooral wel. Wees ambitieus. Treur vooral als iets niet lukt. Maar blijf vooral van jezelf houden.

Ik eindig met een hele lastige: geld. Ik gun jullie dat je er steeds genoeg van hebt in je leven. Financiële zorgen leiden vaak tot andere problemen. Ik hoop dat die jullie bespaard blijven. Het leven is niet zonder risico’s. Ook met geld moet je soms risico’s nemen. Maar probeer vooral verstandige keuzes te maken, en je niet te laten leiden door wat de media en vrienden vinden wat je moet doen.

Geld kun je maar één keer uitgeven, en bedenk steeds of je echt nodig hebt wat je wilt aanschaffen.

Kan het niet iets minder? Dat is lastig, want je hoort er niet echt bij als je niet de modernste smartphone hebt. Als je dat zelf ook vindt, dan heb je echt een probleem. Als ‘die anderen’ dat vinden, dan valt het allemaal nog wel mee. Want hoe blij moet je zijn met ‘vrienden’ die je beoordelen op het type Samsung? En verder: geld wat je niet hebt, kun je niet uitgeven. Kijk dus heel erg uit met leningen. Je bent veel trotser op jezelf als je die sneakers of die scooter zelf verdiend hebt.

Pfff… dit was een lastige blog. Ik heb heel erg te doen met kinderen en jongeren die opgroeien in deze tijd. Ik ben bezorgd over hun toekomst, over hoe we met elkaar omgaan, over het idioot grote woningtekort, over het stupide fenomeen ‘influencers’… noem maar op. Ik sta niet in hun schoenen (ik heb een heel ander smaak), en zijzelf hebben deze zorgen misschien helemaal niet. Gelukkig maar.

Welke 3 dingen zou je veranderen als je een dag de baas van de wereld zou zijn?

Haha. Om te beginnen zou ik mezelf ontslaan, want als er iemand totaal ongeschikt is om zo’n ambitieuze klus aan te pakken, dan ben ik dat wel. Maar misschien komen we een heel eind met een capabele vice-president (of vice-dictator, maar dat klinkt heel raar). En ik hoop dat degene die ik op het oog heb, beschikbaar is. Want ik zou prima kunnen samenwerken met de opdrachtgever voor deze blog. Ik denk dat we samen een heel eind komen. Mensen met een heel goed geheugen weten dat ik al in 2008 mijn voorkeur voor een paleis heb geventileerd: https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2008/09/30/paleis/

Ho ho! Ik hoor daar iemand roepen: “Die Kraak is dus al net zo erg als al die andere wereldleiders”. Maar dan moet u even dit verhaal uitlezen, want hier kom ik op terug. Laten we geen tijd verspillen en de eerste van mijn 3 wetten uitvaardigen:

1. Afschaffen van de doodstraf.
Dat zal voor jullie geen verrassing zijn. Mensen die weleens een lezing van mij hebben bijgewoond weten waarom ik tegen de doodstraf ben. Iemand doden, om duidelijk te maken dat iemand doden verkeerd is, dat is volgens mij geen oplossing. Beslissen over leven en dood, daar moeten wij vanaf blijven. Sinds 1992 zijn er in Amerika meer dan 20 mensen vrijgelaten nadat uit DNA-onderzoek was gebleken dat ze onschuldig waren. Je moet er niet aan denken hoeveel mensen er dus daarvoor onschuldig geëxecuteerd zijn. Voor mij is het onverteerbaar dat er iemand onschuldig ter dood gebracht wordt. Al is bij al die honderden anderen onomstotelijk vastgesteld dat ze het hebben gedaan. Voor mijn part hebben ze bekend. Maar die ene onschuldige, dat mag nooit (meer) gebeuren. Maar het gaat nog gebeuren, dit jaar, en volgend jaar, en misschien wel meerdere keren. Onverteerbaar. Daarnaast is voor mij inmiddels onomstotelijk vastgesteld dat de doodstraf niets oplost. Het aantal moorden neemt niet af. Ook geloof ik absoluut niet, na veel erover gelezen te hebben, dat er bij nabestaanden van het slachtoffer sprake is van ‘closure’ na een executie. Ik geloof er niks van dat er dan ineens een hele grote last van je schouders valt. Als ik kijk naar die gevallen waar sprake is van vergeving, dan denk ik dat daar de echte oplossing ligt. Maar ik heb makkelijk praten. Ik heb zoiets niet meegemaakt. Wat ik wel weet: ‘Elkaar vergeven’ kun je niet met een wet verplichten.

2. Afschaffen van ‘het recht te beledigen’.
Een middelvinger opsteken naar een politieagent levert vrijwel direct een forse boete op. En dat gebeurt vaak ook nog in een opwelling, uit boosheid, uit frustratie. Zonder er goed bij na te denken. Die middelvinger mag dus niet. Lijkt me een prima regel. Dat hoort gewoon niet. Maar een cabaretier, die ter voorbereiding op een nieuw theaterseizoen maandenlang zit te schrijven en herschrijven, en doelbewust keiharde, beledigende grappen maakt over … (nee, laat ik hier geen voorbeelden noemen, vul zelf maar in). Die cabaretier, die mag dat doen. Vrijheid van meningsuiting. Tekenaars mogen de meest verschrikkelijke dingen op papier zetten. Mensen persoonlijk, keihard raken. Ik begrijp dat niet. Waarom? Je weet dat er iemand, dat er een groep heel erg gekwetst raakt door jouw uitspraak, door jouw artikel, door jouw tekening. Waarom dan toch publiceren?
De tweede wet gaat hier dus over. Beledigen mag niet meer. En of iets een belediging is, dat bepalen mijn vice-president en ik, samen. Dat kunnen wij! Toch? Niet democratisch? Nee, maar ik ben de baas, dus…

3. Iedereen een dak boven zijn of haar hoofd.
Volgens mij wordt dit één van mijn makkelijkste klussen. Want dat nog steeds niet iedereen een dak boven zijn of haar hoofd heeft, is natuurlijk vrij simpel op te lossen. Inderdaad, met geld, maar dat is er genoeg. Het duurt even, maar dan zijn er genoeg woningen voor iedereen. We beginnen in Nederland, als een soort pilot. Vooral omdat daar de oplossing zo simpel is. Ik heb me laten vertellen dat er in dat land ongeveer 40.000 mensen geen dak boven hun hoofd hebben.
Sinds 2013 zijn er in Nederland ca. 100.000 sociale huurwoningen aan de markt onttrokken. Hoeveel woningen waren er ook alweer nodig? Dat probleem kan dus vrij simpel worden opgelost. Maar die Nederlanders doen wel meer rare dingen. Ik heb me laten vertellen dat er een poosje geleden ziekenhuizen failliet gingen. Kan dat dan? Ja, blijkbaar wel. En precies in die periode was er ineens ruim 700 miljoen euro voor de KLM, omdat ze anders misschien wel ‘zouden verliezen’ van Air-France. En toen het bleek dat de Corona-epidemie niet stopte bij de grens, was er zomaar ineens 10 tot 20 miljard euro beschikbaar om de economie te steunen. In zo’n land horen geen 40.000 mensen buiten te slapen.
Dus: om het goede voorbeeld te geven stel ik mijn eerder genoemde paleis open voor iedereen, en vrijwel alle ruimten worden omgebouwd tot gerieflijke slaapkamers. En uiteraard gaat dat met meer gebouwen gebeuren. Dus die woningen komen er!

Wat ik, sorry… mijn vice-president en ik , nog meer gaan veranderen? Onderwijs, zorg, nutsbedrijven, het wordt allemaal van de overheid. Dat moet voor iedereen beschikbaar zijn, zonder onderscheid.
En om te voorkomen dat niet altijd hetzelfde volk profiteert van de rijke bodembronnen zoals olie, goud, diamanten en aardappelen gaan we doordraaien. Ben ik inmiddels doorgedraaid? Nee hoor, dit is wat ik bedoel:

https://aartskijkopdewereld.wordpress.com/2014/08/07/een-europa-de-oplossing/

Ik heb nog veel meer briljante ideeën, dus stem vooral op mij!